138 juristen waarschuwen Vlaamse regering: beroep tegen vonnis wapendoorvoer Israël ‘ronduit onverantwoord’

27 juli 2025

In een kritische open brief in De Morgen roepen 138 juristen de Vlaamse overheid op geen beroep aan te tekenen tegen een vonnis over wapendoorvoer naar Israël. Liga voor Mensenrechten spande samen met drie andere organisaties de rechtszaak aan die leidde tot het spraakmakende vonnis.

25 juli 2025 – Als de Vlaamse regering alsnog in beroep gaat tegen het vonnis over wapendoorvoer naar Israël, gaat ze eigenlijk in beroep tegen haar eigen regels, stellen 138 juristen in deze open brief.

Vorige week nam de Brusselse rechter een beslissing die de wapendoorvoer via Vlaanderen naar Israël aan banden legt. Diezelfde dag kondigde Vlaams minister-president Diependaele aan in beroep te gaan tegen die beschikking. Onder druk van enkele coalitiepartners kwam de minister-president hierop terug, en beloofde eerst een “onafhankelijk juridisch advies” te bestellen over het eventuele nut van dergelijk beroep.

Verschillende juristen lazen in afwachting van het advies de beschikking door. Volgens hun analyse is een beroep van de Vlaamse overheid noch ethisch, noch juridisch aan de orde.

Oorlogsmisdaden en genocide

De context van deze zaak is allesbehalve neutraal. Israël voert al maanden een militair offensief uit in Gaza dat volgens internationale ngo’s en experts niet anders omschreven kan worden dan als genocide. Het Internationaal Gerechtshof heeft Israël verplicht voorlopige maatregelen te nemen om genocide te voorkomen en humanitaire hulp toe te laten. Het Internationaal Strafhof vaardigde bovendien arrestatiebevelen uit tegen premier Netanyahu en voormalig defensieminister Gallant voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid.

Deze feiten overstijgen dan ook elk politiek debat of procedureel spel. België, en dus ook Vlaanderen, is gebonden aan het Genocideverdrag en de Geneefse Conventies. Die verplichten staten om alles in het werk te stellen om medeplichtigheid aan ernstige mensenrechtenschendingen – waaronder genocide – te vermijden. Wapenembargo’s en controle op de uit- en doorvoer van militair materiaal naar Israël zijn daarbij het absolute minimum minimorum.

Drugscontainers

Minister-president Diependaele stelt dat het vonnis “een resultaatsverbintenis” oplegt die zou neerkomen op het sanctioneren van de overheid “voor elke container met drugs die het land wordt ingevoerd”. Die vergelijking is niet alleen misplaatst, maar ook juridisch en inhoudelijk ongegrond.

De rechter baseert haar beslissing immers op een concrete, herleidbare feitensituatie die fundamenteel verschilt van drugstrafiek. In dit geval ging het om specifieke zendingen op een beperkt aantal schepen van één rederij, met een bekende herkomst, bestemming en inhoud. De bewuste container bevatte onderdelen bestemd voor Ashot Ashkelon Industries, een Israëlisch defensiebedrijf dat structureel levert aan het Israëlische leger. Dit is geen vaag vermoeden – het is feitelijk vaststelbaar, documenteerbaar en juridisch relevant.

De vergelijking met drugstransport loopt bovendien volledig mank. Drugshandel is per definitie clandestien: de goederen zijn verstopt, niet gedeclareerd, zonder traceerbare afzender of bestemmeling. Controle daarop vereist grootschalige screening zonder concrete aanknopingspunten. Daartegenover staat de wapendoorvoer naar Israël: gericht, administratief traceerbaar, én principieel vergunningplichtig – vergunningen die naar het eigen beleid van de Vlaamse overheid geweigerd moeten worden.

De beschikking verplicht de Vlaamse overheid dan ook niet tot algemene containercontrole, maar tot gerichte tussenkomst bij zendingen waarbij er een reëel risico is op militair eindgebruik in of door Israël. Het is geen eis tot alomvattende surveillance, maar een aanmaning tot doortastende controle binnen een bestaande juridische verplichting. Als vzw’s problematische cargo konden opsporen, welk excuus heeft de Vlaamse regering dan voor haar passieve houding?

Klare taal

Minister-president Diependaele beweert bovendien dat de rechterlijke beslissing verder zou gaan dan wat wettelijk toegelaten is en rechtsonzekerheid schept. Het tegendeel is waar: de rechter past louter bestaande wetgeving toe en schept net rechtszekerheid door helder te maken welke concrete verplichtingen daaruit voortvloeien.

De beschikking is sterk gemotiveerd, spreekt klare taal en legt een aantal duidelijke verplichtingen op aan de Vlaamse regering – verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit het internationaal recht en het eigen Vlaamse Wapenhandeldecreet. Precies omdat de Vlaamse regering die verplichtingen aantoonbaar naast zich neerlegde, beval de rechter nu de uitvoering ervan.

In zijn verdediging van een potentieel beroep, verklaart minister-president Diependaele zich in principe akkoord met de kern van de opgelegde verplichtingen – die immers grotendeels voortvloeien uit het Vlaamse beleid. Op haar officiële website stelt de Vlaamse administratie duidelijk: “De overbrenging, de uitvoer en de doorvoer van alle soorten strategische goederen [wordt] niet toegestaan indien deze een versterking inhouden van de militaire capaciteit van de Israëlische krijgsmacht of indien er sprake is van militair eindgebruik in of door Israël.”

Met andere woorden: wat de rechter oplegt, is exact wat de Vlaamse regering zélf beweert te doen – maar waaraan zij in de praktijk systematisch verzaakt door gebrekkige controle en een falend vergunningensysteem.

Zelfs zonder Vlaamse regelgeving had de rechter dezelfde maatregelen kunnen treffen op basis van de Genocideconventie. Die verplicht staten om genocide te voorkomen en te bestraffen. De commentaar bij de Genocideconventie vermeldt zelf uitdrukkelijk als mogelijke maatregelen om genocide te vermijden “het nemen van wettige tegenmaatregelen zoals wapenembargo’s” alsook “het conditioneren, beperken of weigeren van wapenoverdrachten”Minister-president Diependaele gaat hieraan voorbij in zijn kritiek op de uitspraak.

Ronduit onverantwoord

Tegen deze achtergrond is het niet alleen opmerkelijk, maar ronduit onverantwoord dat minister-president Diependaele alsnog beroep wil aantekenen. Een beroep komt neer op verzet tegen de uitvoering van een beschikking die de toepassing van een wapenembargo afdwingt tegenover een staat die voor het Internationaal Gerechtshof wordt vervolgd wegens genocide. Juist in een context waar het risico op medeplichtigheid aan genocide reëel en benoemd is, zou de Vlaamse regering zich verzetten tegen de handhaving van fundamenteel recht – en tegen een minimale plicht tot zorgvuldigheid.

Dat roept niet alleen juridische, maar ook fundamentele morele vragen op: over de integriteit, de prioriteiten en het morele kompas van deze regering. Wat zegt het over een overheid als zij haar energie steekt in het juridisch ondergraven van haar eigen verplichtingen, in plaats van ze eindelijk ernstig te nemen?

Wat de rechter oplegt, is niets meer dan de toepassing van bestaande wetgeving en internationale verdragen. Wie daartegen in beroep gaat, verdedigt geen rechtszekerheid – maar het recht op wegkijken.

Eva Brems (Professor, UGent), Luc Walleyn (Advocaat), Paul Bekaert (Ere-Advocaat), Thalia Kruger (Professor, UAntwerpen), Dimitri Van Den Meerssche (Professor, Queen Mary University of London), Pieter Cannoot (Professor, UGent), Alexis Deswaef (Advocaat), Nisrine El Haddadi (Advocaat), Brecht De Schutter (Advocaat), Gamze Erdem Türkelli (Professor, UAntwerpen), Mathieu Leloup (Professor, UGent), Margo Theuwissen (Advocaat), Hanne van Walle (Advocaat), Bertrand Vrijens (Advocaat), Serge Gutwirth (Professor, VUB), Michiel Verlinden (Advocaat), Nuh Alkis (Advocaat), Wendy Decherf (Advocaat), Yassine Challouk (Advocaat), Rozelien Van Erdeghem (Jurist), Tomaso Ferrando (Professor, UAntwerpen), Léopold Mustin (Advocaat), Gunay Angelov (Advocaat), Nele Kelchtermans (Advocaat), Zakaria Arrousi (Advocaat), Luna Onzia (Advocaat),Guy Cox (Bestuurslid Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens), Nawal Akhayat (Advocaat), Tine Destrooper (Professor, UGent), Stephan Parmentier (Professor, KU Leuven), Julie Vanstalle (Advocaat), Tom Parmentier (Advocaat), Annelore Vangenechten (Advocaat), Jenneke Christiaens (Professor, VUB), Julie Faes (Advocaat), Joren Schepers (Advocaat), Niels Lefevre (Advocaat) , Silje van Berkel (Advocaat), Pieter Nachtergaele (Advocaat), Thomas Van Riet (Professor, KU Leuven), Jean-François Gérard (Advocaat), Azeddine El Bastani (Advocaat), Yuan Sun (Advocaat), Hind Elgazi (Advocaat), Jean d’Aspremont (Professor, SciencesPo), Mathias Holvoet (Professor, Universitet van Amsterdam), Cedric D’Hondt (Advocaat, Kompaso), Justine Van Edom (Advocaat), Cato Van Hoof (Advocaat, Advocatenkantoor Walter Damen), Jos Dumortier (Professor, KU Leuven), Benoit Dhondt (Advocaat, Antigone Advocaten), Alicia Denutte (Advocaat, Antigone Advocaten), Daan Walpot (Advocaat, Antigone Advocaten), Hendrik Vandekerckhove (Advocaat, Bannister Advocaten), Céleste Morré (Advocaat), Mohsen Sindian (Advocaat), Hilary Rombouts (Advocaat, R&R Advocaten), Anna Van der Maelen (Advocaat), Manou Watrin (Advocaat) , Stefaan Smis (Professor, VUB), Anissa Boujdaini (Advocaat), Helena Van den Dooren (Advocaat), Matthias Cuypers (Advocaat), Jef Eelen (Advocaat), Bram De Man (Advocaat), Arthur Fallas (Advocaat), Mariyam Safi (Advocaat), Giovanna Mees (Advocaat), Emma Van Hoorick (Advocaat), Febe Coppens (Advocaat), Penelope Desmet (Advocaat), Stéphanie De Somer (Professor, UAntwerp), Jan Fermon (Advocaat, International Association of Democratic Lawyers), Rahim Aktepe (Advocaat), Ali Acer (Advocaat), Sam Heydaryadel (Advocaat), Tabasom Gorji (Advocaat), Trecylle Mwanzo (Advocaat), Cesar Dekeersmaeker (Advocaat), Charles D’Haene (Advocaat), Bülent Demir (Advocaat), Janka Drakulic (Advocaat), Marie Vercauteren (Advocaat), Silke Vervliet (Advocaat), Elvis Musema (Advocaat), Tom Cammaert (Advocaat), Enara Rahou (Advocaat), Naime Köse (Advocaat), Reem Shehata (Advocaat), Kaat Aerts (Advocaat), Rumi Salija (Advocaat), Baptist Vermeulen (Advocaat), Illias Elmouden (Advocaat), Nonna Azarian (Advocaat), Lucas Van Nylen (Advocaat), Manon Cop (Advocaat), Marthe Everaet (Advocaat), Emma Martin (Advocaat), Cathérine Van de Graaf (Post-doc, UGent en UCologne), Helena Van Roosbroeck (Juridisch Adviseur), Stijn Debie (Notarieel Jurist), Maxim Smets (Doctoraatsstudent, KU Leuven), Devanshi Saxena (Doctoraatsstudent, UAntwerp), Fien De Meyer (Doctor en Praktijkassistent, UAntwerp en UGent), Eva Albers (Doctoraatsstudent, KU Leuven), Elif Durmus (Post-doc, UAntwerpen), Eva Bernet Kempers (Post-doc, UAntwerpen), Gretel Mejía (Post-doc, UGent), Emilia Sandri (Doctoraatsstudent, UAntwerpen), Ysaline Reid (Doctoraatsstudent, UAntwerpen), Camilla Domenighini (Doctoraatsstudent, UAntwerpen), Maha Abdallah (Doctoraatsstudent, UAntwerpen), Aviat Mona (Doctoraatsstudent, ULB), Fiona Argenta (Doctoraatsstudent, ULB), Yibo Li (Doctoraatsstudent, UAntwerpen), Iuliia Anosova (Doctoraatsstudent, UGent), Camille Van Peteghem (Doctoraatsstudent, KU Leuven), Adeodata Kanyamihanda (Doctoraatsstudent, UAntwerpen), Vincent Bellinkx (Post-doc, UAntwerpen), Carolien Vekemans (Doctoraatsstudent, UGent), Stephen Hewer (Post-doc, UGent), Alessandra Cuppini (Post-doc, UGent), Raoul Rombouts (Doctoraatsstudent, UGent), Sophie Bols (Doctoraatsstudent, UGent), Kate Murphy (Doctoraatsstudent, UGent en KU Leuven), Louise Reyntjens (Doctoraatsstudent, KU Leuven), Paulina Salmun (Doctoraatsstudent, KU Leuven), Nozizwe Dube (Doctoraatsstudent, Universiteit Maastricht), Anne Oloo (Doctoraatsstudent, UAntwerpen), Inès Nzeyimana (Praktijkassistent, UGent), Suay Ergin (Doctoraatsstudent, UGent), Lien Stolle (Doctoraatsstudent, UGent), Naoual El Yattouti (Doctoraatsstudent, UAntwerpen), Marlies Vanhooren (Doctoraatsstudent, UGent), Tobias Mortier (Doctoraatsstudent, UGent), Elizabeth Mensah (Jurist), Hébert-Dolbec Marie-Laurence (Jurist), Sisca Rissland (Jurist)

Deel dit artikel

   

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.