• Word gratis lid
  • Investeer in Mensenrechten

Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft

16 juli 2018

TvMR sprak met historicus Marco Duranti over het ontstaan van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

       

Geschreven door: Laurens Lavrysen [*] voor het juni 2018 nummer van het Tijdschrift voor Mensenrechten. [**]

De laatste jaren kende de literatuur over de geschiedenis van de mensenrechten een enorme bloei. Vorig jaar verscheen met ‘The Conservative Human Rights Revolution’, van de hand van Marco Duranti van de Universiteit van Syndney, een meesterwerk in het domein van de geschiedenis van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In zijn boek argumenteert Duranti overtuigend dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, het EVRM (°1950) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in oorsprong niet voortgevloeid zijn uit een progressieve maar wel uit een conservatieve agenda. Toen hij op 14 november 2017 zijn boek voorstelde in Tilburg, maakte het TvMR van de gelegenheid gebruik om Duranti aan de tand te voelen over deze vergeten ‘conservative human rights revolution’ en over het belang van het onderzoek naar de geschiedenis van de mensenrechten.

TvMR: Wat is de kern van het argument dat u in uw boek ontwikkelt?

DURANTI: Mijn argument is dat het EVRM in grote mate een conservatieve uitvinding is die conservatieve belangen weerspiegelt. In de periode onmiddellijk volgend op de Tweede Wereldoorlog hadden verschillende groepen van conservatieven elk hun eigen motieven om een bindend mensenrechtenverdrag en een supranationaal mensenrechtenhof te omarmen. In mijn boek bestudeer ik vrije markt-conservatieven in het Verenigd Koninkrijk en sociaal-conservatieven in Frankrijk. Voor de vrijemarktconservatieven was het voornaamste doel om de basisvrijheden van eigenaren en politieke opposanten te beschermen, in het bijzonder tegen de Labourregering die op dat moment een ongeziene macht ontwikkelde via een centraal staatsapparaat, onder meer in de vorm van economische planning en nationaliseringen. Ze geloofden dat, zonder controle door een soort van supranationaal hof, zelfs democratische socialisten, hoe goed ook hun intenties, het Verenigd Koninkrijk op het pad naar autoritarisme of zelfs totalitarisme zouden kunnen sturen.

Marco DurantiIn Frankrijk was de voornaamste zorg van conservatieven om de katholieke burgermaatschappij te beschermen tegen het machtige centrale staatsapparaat. Christendemocraten waren voornamelijk bekommerd om katholieke scholen. Voor hen ging het in hoofdzaak om de bescherming van het recht van ouders om een zeg te hebben in de religieuze opvoeding van hun kinderen. Dit was een twistpunt dat al terugging tot de 19de eeuw, aangezien de kwestie van katholieke scholen behoorde tot de kern van het debat over secularisme binnen de Franse republikeinse orde. Meer conservatieve katholieke intellectuelen hadden dan weer een radicale visie op een Europese supranationale orde. Zij streefden naar een terugkeer naar een soort middeleeuwse maatschappelijke organisatie, waarin de rechten van de verschillende gemeenschappen waarin individuen ingebed zijn, beschermd werden tegen de staat. Dat was niet enkele een kwestie van katholieke scholen, maar ook van families, dorpen, gilden, katholieke werknemers- of landbouwersorganisaties of de Kerk zelf. Zij waren erg kritisch voor de concentratie van de macht door de staat, die voortvloeide uit het Franse republicanisme en de Franse Revolutie (1789). Voor hen draaide het om de restauratie van een middeleeuwse orde, waarin universele christelijke waarden een rem zetten op de macht van heersers. Een supranationale instelling zou dan dezelfde rol kunnen spelen als de Katholieke Kerk tijdens de middeleeuwen, toen de paus de macht van prinsen, koningen en andere heersers kon beperken om de rechten van hun onderdanen te schenden. Veel conservatieven die betrokken waren in het proces van Europese eenmaking zagen dit bovendien als een proces van Europese hereniging, als een nostalgische terugkeer naar een soort spirituele eenheid die gebaseerd was op de waarden van een oudere Europese beschaving. Een beschaving die ze wilden doen herleven na drie verschrikkelijke decennia van totale oorlog en totalitarisme. Daarnaast speelden ook nog andere binnenlandse politieke overwegingen, zoals de bekommernis om de bescherming van rechtse politieke gevangenen, in het bijzonder van intellectuelen en journalisten die het Vichyregime hadden gesteund of sympathie hadden uitgedrukt voor de asmogendheden.

TvMR: Op welke manier hebben de conservatieven dan specifiek het ontstaan van het EVRM beïnvloed?

DURANTI: Mijn argument is dat het soort rechten dat beschermd zou worden en de manier waarop deze bescherming zou plaatsvinden geframed werd door transnationale bewegingen. Dit was voor de start van de diplomatieke onderhandelingen en zelfs nog voor de oprichting van de Raad van Europa in 1949. In plaats van enkel naar de officiële publicaties van de Raad van Europa betreffende de debatten in de Raadgevende Vergadering en het Comité van Ministers te kijken, heb ik ook gekeken naar onder meer de persoonlijke documenten van deze bewegingen en van de personen die hierbij betrokken waren en naar overheidsarchieven. Ik heb ook gekeken naar de geschiedenis van het internationalisme aan het begin van de twintigste eeuw, voor en na de Eerste Wereldoorlog, om de ruimere culturele en politieke oorsprong van het EVRM te bestuderen. Daaruit besluit ik dat de transnationale dimensie doorslaggevend was.

Wat de selectie van rechten betreft, waren conservatieven beslissend, omdat zij bijvoorbeeld nadruk legden op burgerlijke en politieke rechten, die conservatieven het meest waardeerden, met inbegrip van het eigendomsrecht en de vrijheid van onderwijs, in plaats van op sociale en economische rechten. Er wordt aangenomen dat sociale en economische rechten, zoals het recht op gezondheidszorg, arbeid, sociale zekerheid of een minimaal scholingsniveau uitgesloten werden om technische redenen, omdat zij niet als juridisch afdwingbaar beschouwd konden worden. Maar als je daadwerkelijk naar de debatten kijkt, zowel in het publiek als achter de schermen, zie je dat socialisten en in het begin ook bepaalde katholieken wel degelijk geprobeerd hebben om deze op te nemen. Er waren echter erg specifieke politieke, historische en intellectuele redenen die verklaren waarom sociale en economische rechten niet opgenomen werden.

Als je naar het institutionele niveau kijkt, moet je erkennen hoe buitengewoon de creatie van het EHRM was. Natuurlijk voorzag het EVRM oorspronkelijk enkel in de optionele erkenning van de rechtsmacht van het Hof en van het klachtrecht voor individuen. De reden daarvoor was de tegenstand van enkele regeringen om dit verplicht te maken, in het bijzonder de Britse Labourregering. Maar het feit dat deze bepalingen überhaupt opgenomen werden, was het resultaat van het werk van de Europese Eenheidsbeweging en dan hoofdzakelijk van deze conservatieven. Je moet begrijpen dat rechtbanken traditioneel gezien beschouwd werden als erg conservatieve instellingen. Rechters kwamen uit de behoudsgezinde elite en rechtbanken werden beschouwd als beschermers van de rechten van eigenaren, als medeplichtigen in de repressie van linkse organisaties en vakbonden en als rem op linkse regeringsinitiatieven. In Frankrijk werd de rechters door velen geassocieerd met het ancien régime, waar aristocraten via de rechtbanken macht uitoefenden. De rechterlijke macht werd daarom gewantrouwd, niet enkel door socialisten maar ook door mainstream republikeinen, voor wie de Franse republikeinse orde gebaseerd was op volkssoevereiniteit, de wil van het volk uitgedrukt door de Assemblée nationale. In het Verenigd Koninkrijk was de Labourregering dan weer voorstander van parlementaire suprematie, omdat elke vorm van controle op de parlementaire meerderheid beschouwd werd als een obstakel voor haar sociale hervormingsagenda. En men was erg bewust van het feit dat het Supreme Court in de Verenigde State eerst geprobeerd had de New Deal van Roosevelt te blokkeren. Het waren dus conservatieven die algemeen gezien de kampioenen van de rechterlijke macht en onafhankelijkheid waren, in het bijzonder van een supranationaal rechterlijk orgaan als waarborg voor de vrijheden van rechtse minderheden die geconfronteerd werden met linkse meerderheden.

TvMR: Maar er waren wel sociaaldemocraten die deel uitmaakten van de Europese beweging en sociaaldemocratische regeringen die het EVRM ratificeerden. Waarom besloten zij dan om toch mee te stappen in dit project?

DURANTI: Toen er gestemd moest worden over het ontwerpverdrag in de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa, hadden de socialisten het initiatief verloren. Het waren voornamelijk conservatieven en eerder centristische socialisten die betrokken waren in de vroege fase van het Europese project, eerder dan mainstream socialisten - laat staan de linkerzijde van de socialistische partijen. De Britse Labourregering was er zelf in geslaagd om continentale socialistische partijen te overtuigen om geen leden van hun uitvoerende comités te sturen naar het Congres van Europa in Den Haag in 1948, de eerste grote samenkomst van de Europese Eenheidsbeweging. De personen die wel deelnamen waren vaak mensen die behoorden tot de rechterflank van hun partij of die in hun eigen land ook open stonden voor samenwerking met christendemocraten en met conservatieven in het algemeen. In de loop van 1949 zie je een toegenomen betrokkenheid van continentale socialisten, die vaak een erepositie werd toegekend. Maar het leiderschap van de Europese Eenheidsbeweging bleef in handen van de conservatieven. Zij waren degenen die het initiatief namen. Het is dus niet omdat je de namen van bepaalde socialisten terugvindt in een bepaald verslag van een vergadering, dat zij per se een beslissende rol hebben gespeeld. Daarom is het noodzakelijk om de impact van deze verschillende individuen grondig te onderzoeken. Het is belangrijk om te benadrukken dat de meerderheid van de Raadgevende Vergadering, die het ontwerpverdrag moest opstellen, bestond uit leden van de Europese Eenheidsbeweging die door conservatieven gecontroleerd werd. Op het moment dat het ontwerpverdrag werd voorgelegd aan het Comité van Ministers, werden socialisten eigenlijk geconfronteerd met de keuze of zij voor of tegen de mensenrechten waren. En in de context van een escalerende Koude Oorlog, waarin conservatieven socialisten ervan beschuldigden closet communisten te zijn en de opkomst van het communistische totalitarisme te faciliteren, was het een erg gevaarlijke zet om tegen de mensenrechten te zijn.

Bovendien konden de socialisten zich grotendeels vinden in een groot deel van het EVRM. Ze waren zeker bang voor een terugkeer van het fascisme en in verschillende mate ook voor de opkomst van het communisme. Ze wilden misschien niet alle in het EVRM opgenomen rechten en ze wilden geen Hof met dergelijke macht, maar aangezien de conservatieven hen op bepaalde punten tegemoet kwamen, waren ze wel bereid daarin mee te gaan. Bovendien wilden de regeringen die het EVRM onderhandelden erg graag een tastbaar resultaat bereiken. Waar de Raad van Europe in 1949 met veel fanfare werd opgericht, werd deze tegen de zomer van 1950 gezien als een ontgoocheling. Het EVRM was een manier om te tonen dat er toch vooruitgang werd geboekt.

Omwille van al deze redenen zie je dat uiteindelijke deze transnationale bewegingen in staat waren om heel wat meer macht uit te oefenen. Bovendien zetelden heel wat leden van deze bewegingen daarnaast ook in nationale parlementen, waardoor zij ook macht konden uitoefenen in die parlementen en op ministeries van buitenlandse zaken.

TvMR: In uw boek werpt u zelf de vraag op of je wel kan weten dat het niet het Europeanisme eerder dan de conservatieve overtuigingen van de conservatieven is die bepalend was. Hoe zou u die vraag beantwoorden?

DURANTI: Misschien heb ik bij het bespreken van mogelijke tegenargumenten in mijn boek ook wat munitie gegeven aan de critici door hen zelf dergelijke argumenten te bezorgen (lacht). Men kan inderdaad argumenteren dat de conservatieven voorop liepen bij het vormgeven van het EVRM, omdat zij ook degenen waren die de leiding namen bij het streven naar Europese integratie. Maar het is ten eerste belangrijk om te benadrukken dat het europeanisme van deze conservatieven op zichzelf een weerspiegeling vormt van hun conservatisme. Specifiek wat het EVRM betreft, zagen zij dit als de krijtlijnen van een Europese identiteit en als de waarden die Europeanen verenigden. Ten tweede moet je kijken naar de specifieke personen die het meest enthousiast waren, zowel over een mensenrechtenverdrag dat, in tegenstelling tot de Universele Verklaring, bindend was, als over een mensenrechtenhof dat niet louter klachten van staten zou behandelen, maar echt zou functioneren als een soort van US Supreme Court. Wel, dat waren niet enkel vurige Europese federalisten of supranationalisten. David Maxwell Fyfe (een van de voornaamste founding fathers van het EVRM, red.) baseerde zijn visie op een mensenrechtenhof bijvoorbeeld heel erg op het US Supreme Court. Er is echter geen bewijs dat Maxwell Fyfe, in tegenstelling tot radicalere federalisten, ooit voorstander was van een machtig supranationaal Europees orgaan met uitzondering dan van het EHRM. Zijn focus op mensenrechten sloot erg aan bij zijn bredere visie op de herrijzenis van de Europese christelijke beschaving. Ook Churchill, die een erg belangrijke rol speelde in het genereren van publieke steun voor het Europese project in het algemeen en het Hof in het bijzonder was allesbehalve een radicale Europese federalist of een voorstander van supranationale instellingen. In Frankrijk waren de conservatieven dan weer enthousiaster dan de Tories over een Europese federatie en over een soort van supranationale Europese structuur. Daar was er zeker een correlatie tussen hun enthousiasme voor een supranationaal Europa en hun steun voor het EVRM. Al was het daar wel opvallend dat het vooral de meest rechtse onder de Franse conservatieven waren die voorstander waren van een mensenrechtenhof. Dus als je de variabelen isoleert, zie je dat het initiatief genomen werd door de meest conservatieve leden van deze bewegingen. Daarom lijkt hun conservatisme eerder dan hun europeanisme doorslaggevend te zijn, ook al speelt dat laatste zeker een rol.

TvMR: Waarom verloren de conservatieven na 1950 schijnbaar hun interesse in het EVRM en het Straatsburgse systeem?

DURANTI: Het EVRM was zowel het product van een diepere geschiedenis, die teruggaat tot de 19de eeuw, als van enkele contingente ­post-war politieke factoren. In het licht van dat laatste houdt het verlies van enthousiasme onder conservatieven in de jaren 1950 en zeker in de jaren 1960 steek. Toen de conservatieven bij de verkiezingen van 1951 in zowel het Verenigd Koninkrijk als in Frankrijk een meerderheid behaalden, namen de angsten af die tot oprichting van het Europees mensenrechtensysteem hadden geleid, waardoor hun interesse hierin tevens afnam. Churchill weigerde als eerste minister bijvoorbeeld om de rechtsmacht van het Hof te aanvaarden, terwijl hij dit nochtans als prioritair had afgeschilderd toen hij nog in de oppositie zat. Nadat Charles de Gaulle in 1959 in Frankrijk aan de macht kwam, werd de zogenaamde wet-Debré aangenomen die de positie van het katholieke onderwijs verzekerde. Aangezien hun binnenlandse politieke doelstelling hiermee bereikt werden, is het logisch dat de Franse conservatieven hierna hun interesse in de mensenrechten gedeeltelijk verloren.

TvMR: De bestaande geschiedenissen van de ontwikkeling van het EHRM-systeem, zoals die van Ed Bates en Mikael Rask Madsen, hanteren voornamelijk een institutioneel perspectief. Ze zien de erg trage ontwikkeling van de rechtspraak als de uitoefening van een soort van juridische diplomatie door de Straatsburgse instellingen om een backlash van de lidstaten te vermijden. Is het op basis van uw boek niet mogelijk om een andere verklaring naar voren te schuiven? Namelijk dat er gedurende de jaren 1950 en 1960 gewoon een gebrek aan politiek ownership was van het EVRM aan beide kanten van het politieke spectrum, wat dan weer leidde tot een gebrek aan zichtbaarheid van het Straatsburgse systeem?

DURANTI: Mijn onderzoek stopt in de jaren 1950, dus ik heb zelf niet gekeken naar de activiteiten van de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens of het EHRM. Mij lijkt Madsens argument, dat het EHRM een diplomatieke instelling was die voornamelijk bezorgd was om zijn eigen legitimiteit en die vooral probeerde zoveel mogelijk lidstaten te overtuigen om de optionele verklaringen af te leggen, erg overtuigend. Maar wat je zegt over het uitbreiden van de argumenten van het boek naar de latere werkzaamheden van het Hof, klinkt ook geloofwaardig. Je zou kunnen zeggen dat het Hof in die periode een soort van politieke achterban miste. In tegenstelling tot de conservatieven tussen 1946 en 1950, waren er toen immers geen grote politieke figuren of partijen met een gevestigd belang bij een sterk Europees mensenrechtensysteem. Dat begint pas te veranderen in de loop van de jaren 1960 en 1970. Enerzijds werden de traditionele linkse partijen minder etatistisch en meer Europees gezind en anderzijds werden de sociale bewegingen die voortsproten uit Nieuw Links door de mensenrechten aangetrokken. Op dat vlak is Samuel Moyn (een Amerikaans historicus van de mensenrechten, auteur van onder meer ‘The Last Utopia’, red.) correct wanneer hij stelt dat veranderingen aan de linkerkant van het politieke spectrum de verklaring vormen voor de omarming van de mensenrechten door links vanaf de jaren 1970.

TvMR: Hoe verklaart u dat de zogenaamde ‘conservative human rights revolution’ in de vergetelheid geraakte?

DURANTI: Ik denk dat mensen fenomenen vaak het duidelijkste waarnemen op het moment van hun geboorte of wanneer zij in een crisis belanden of uiteindelijk sterven. Wanneer fenomenen genormaliseerd worden, beschouwt men het bestaan en de werking ervan als vanzelfsprekend. De contingente omstandigheden waarin die fenomenen ontstonden, worden dan vaak vergeten. Daarom is het de rol van historici om de inzichten van historische actoren op het moment van het ontstaan van dat fenomeen te reconstrueren, wanneer de contingente omstandigheden en motieven die aanleiding gaven tot dat fenomeen het duidelijkste waren. Het feit dat het ontstaan van het EHRM beschouwd werd als een onderdeel van een antisocialistische, antiseculiere agenda werd verdoezeld door bredere veranderingen binnen links en binnen het conservatisme: terwijl het Europees project, het EHRM en de mensenrechten steeds meer geassocieerd worden met links, bieden conservatieven hier in toenemende mate weerstand tegen. Dit is deel van een groter vergeten van de linkse kritiek op Europese integratie, een kritiek die terug aan de oppervlakte komt ten gevolge van de eurocrisis, maar die er eigenlijk altijd al geweest is.

TvMR: In de literatuur over de opkomst van de mensenrechten in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog wordt dit vaak ofwel als een continuïteit, ofwel als een discontinuïteit met het verleden beschouwd. In uw boek schrijft u dat de creatie van het EHRM zowel een revolutie als een restauratie is, wat een soort van tussenpositie in het continuïteit/discontinuïteitsdebat lijkt te vormen.

DURANTI: Inderdaad, mijn these is dat de creatie van het EHRM een revolutie is in technische zin die een restauratie verbergt van oudere politieke wereldbeelden. De creatie van internationale instellingen en het gebruik van de nieuwe taal van de mensenrechten door conservatieven maskeert de onderliggende continuïteit op vlak van het soort van beleid en de soort van waarden die conservatieven wilden promoten. En dit laat toe op een andere manier te kijken naar het debat over continuïteiten en discontinuïteiten, aangezien je continuïteit op het ene niveau kan hebben maar discontinuïteit op het andere. De Italiaanse neomarxistische intellectueel Antonio Gramsci hanteert in dit verband, in de context van de Italiaanse eenmaking in de 19de eeuw, de term revolutie/restauratie. In Italië zag je immers dat de politieke en economische elite bereid was de Italiaanse eenmaking te ondersteunen, ondanks het feit dat dit eerst gezien werd als een links revolutionair project, omdat zij de creatie van een nieuwe institutionele en politieke superstructuur zagen als een middel om de bestaande sociale en economische structuur te bewaren. Er is een bekende zin uit de roman ‘De Tijgerkat’ van Giuseppe Tomasi de Lampedusa, waarin de ene aristocraat tegen de andere zegt: “Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft.” Hoewel mijn boek niet gereduceerd kan worden tot een marxistisch argument, is het inzicht dat je een revolutie kan hebben in de superstructuur maar tegelijkertijd een restauratie in de substructuur erg waardevol.

TvMR: Waarom is het in uw ogen belangrijk om de geschiedenis van het EVRM te bestuderen?

DURANTI: Voor historici is het verhaal van de oorsprong van het EVRM belangwekkend omdat het nieuw licht werpt op wat er in de periode onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog gebeurde op het nationale niveau in Europa. Je ziet hoe transnationale bewegingen en interacties op het transnationale niveau een weerspiegeling vormen van wat er plaatsvindt op het nationale niveau. Anderzijds zie je ook hoe het transnationale niveau een verschillende soort van beperkingen en opportuniteiten genereert dan het nationale niveau. De geschiedenis van de Europese mensenrechten biedt op die manier een lens om nationale geschiedenissen opnieuw te evalueren, in het bijzonder de Britse en Franse geschiedenis wat mijn boek betreft. Kijk bijvoorbeeld naar het debat over de vraag of er al dan niet een sociaaldemocratische consensus bestond na de Tweede Wereldoorlog. Wanneer men praat over het conservatisme na de Tweede Wereldoorlog, gaat men er gewoonlijk van uit dat de conservatieven in die periode de sociaaldemocratie tenminste gedeeltelijk omarmden. Men gaat ervan uit dat het conservatisme zoals dat bestond voor de Tweede Wereldoorlog, laat staan zoals die tijdens de oorlog werd aangehangen door voorstanders van de asmogendheden, volledig was uitgeroeid en geen impact meer had op de Europese politieke en sociale orde. Maar naar mijn mening verliest men hierbij uit het oog dat je geheel verschillende ontwikkelingen ziet wanneer je naar het internationale en transnationale niveau kijkt. Daarom denk ik dat de studie van de geschiedenis van transnationale bewegingen ons toelaat om door een andere bril te kijken naar de handelingen van individuen en groepen op het nationale niveau. Ik wil daarmee niet zeggen dat conservatieven in die transnationale bewegingen hun ware aard toonden die ze verborgen hielden op het nationale niveau, maar wel dat het kan zijn dat aspecten van hun wereldbeeld zich op verschillende wijze manifesteerden op het nationale en het transnationale niveau.

Voor juristen is een inzicht in de conservatieve oorsprong van het EVRM dan weer belangrijk om de normatieve inhoud van het EVRM en de creatie van de Straatsburgse institutionele structuur beter te begrijpen. Verdragen en instellingen worden ontworpen voor specifieke doelen. Mensenrechten in het EVRM moet je niet verstaan als universele waarden in de zin van de Universele Verklaring, maar als ingebed in een erg specifieke West-Europese culturele en politieke context. Als je ervan uitgaat dat mensenrechten bij aanvang ontworpen werden vanuit een vrij markt-conservatieve of sociaal-katholieke agenda, dan houdt het steek om het EVRM en het EHRM te beschouwen als het meest geschikt zijnde als een soort van christelijk, anti-etatistisch instrument. Neem de volgende metafoor: je kunt allerlei verschillende dingen met een hamer doen, maar een hamer blijft in de eerste plaats ontworpen om op nagels te kloppen. Ongetwijfeld zijn een groot deel van de arresten van het EHRM progressief van aard en zouden de conservatieven die de instelling gecreëerd hebben daar niet blij mee zijn, maar toch blijft het het meest geschikt om een specifieke culturele agenda te implementeren. Kijk bijvoorbeeld hoe het Hof geoordeeld heeft dat kruisbeelden aan de muur mogen hangen in Italiaanse publieke scholen en dat zij die een kruisje willen dragen op het werk dat mogen, terwijl het tegelijkertijd toelaat dat Frankrijk gezichtsbedekkende kledij voor moslims in de publieke sfeer verbiedt. Denk bijvoorbeeld ook aan het feit dat het Hof ‘closed shop’ overeenkomsten, waarin individuen gedwongen worden om tot een bepaalde vakbond toe te treden, heeft verboden, wat erg prettig is voor de conservatieven. Dan begin je te denken dat er misschien toch wel wat continuïteiten zijn. En daarom is dat zelfs niet iets waar de rechters bewust aan denken, maar de conservatieve structuren van de Europese mensenrechten zijn veerkrachtig.

Mijn boek is bijvoorbeeld ook erg relevant voor de debatten in het Verenigd Koninkrijk over de vraag of het Verenigd Koninkrijk zich moet terugtrekken uit het EVRM of de rechtsmacht van het EHRM moet verwerpen. En specifiek dan over de vraag of het EVRM wel ontworpen was om van toepassing te zijn op het Verenigd Koninkrijk en een beperking te vormen op Britse parlementaire meerderheden. In mijn boek toon ik dat het net de Britse conservatieven waren die doorslaggevend waren wat de creatie van het EVRM betreft en dat zij wel degelijk voorzagen dat de Europese mensenrechten van toepassing zouden zijn op het Verenigd Koninkrijk. Zij waren immers heel bezorgd over de bescherming van fundamentele vrijheden in het Verenigd Koninkrijk en over het gevaar dat de Britse regering zou kunnen afglijden naar een vorm van autoritarisme.

Marco Duranti’s ‘The Conservative Human Rights Revolution’ werd in 2017 uitgegeven door Oxford University Press. Op de website van de uitgever krijg je met promocode AAFLYG6 30% korting bij de aankoop van het boek.


Voetnoten

[*] Laurens Lavrysen is postdoctoraal onderzoeker aan het Human Rights Centre van de Universiteit Gent.

[**] Dit stuk verscheen als interview in het Tijdschrift voor Mensenrechten in juni 2018 (nr.2, pp. 4-9). Vond je het interessant en wil je nog meer lezen? Abonneer je dan op het Tijdschrift voor Mensenrechten. Het Tijdschrift voor Mensenrechten is een uitgave van de Liga voor Mensenrechten en komt vier keer per jaar uit. De redactie is autonoom.

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.

Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief