• Word gratis lid
  • Investeer in Mensenrechten

Artistieke vrijheid als mensenrecht

02 april 2019

TVMR sprak met de artistiek directeur van Globe Aroma, Els Rochette, en met kunstenaar Duba

       

Geschreven door Sara Eelen en Hadjira Hussain Khan [*] voor het april 2019 nummer van het Tijdschrift voor Mensenrechten. [**]

Globe Aroma is een Brusselse kunstenorganisatie die werkt met nieuwkomers en kunstenaars met een migratieachtergrond. De organisatie heeft een woelig, maar belangrijk jaar achter de rug. In februari 2018 viel de politie binnen en arresteerde zeven mensen. In december ontving ze de Prijs voor Mensenrechten, die jaarlijks wordt uitgereikt door de Liga voor Mensenrechten. Wij wilden weten hoe Globe Aroma tegen deze gebeurtenissen aankijkt.

TvMR: Heeft de inval van de politie van 9 februari invloed gehad op jullie werking en bereik?

ROCHETTE: Het vertrouwen in onze organisatie is groter geworden. Onze artiesten weten nu wat ze aan onze organisatie hebben, door de manier dat we hebben gereageerd. We zijn na de gebeurtenissen meteen met de politiek en de stad in gesprek gegaan. We hebben ook altijd alles met onze kunstenaars gedeeld en zijn hen altijd blijven steunen. Vergeet ook niet dat veel mensen uit onze doelgroep – vluchtelingen of mensen zonder papieren – altijd en overal met de angst zitten om opgepakt te worden door de politie. Of ze nu over het Beursplein wandelen, naar een voedselbedeling gaan of op de tram zitten. De opkomst van deelnemers is dus niet geslonken na de gebeurtenissen.

Ook in onze werking is weinig tot niets veranderd door de inval van de politie. Wel hebben de invallen tot een nieuw burgerplatform geleid, Signal Kanal. Globe Aroma kreeg veel steunbetuigingen en er ontstond een grote solidariteit. Plots kwam er een besef bij de mensen dat we naar een politiestaat lijken te evolueren. Blijkbaar waren er nog andere invallen geweest bij kleinere organisaties en verenigingen. Signal Kanal wil, door het samenwerken van een tiental Brusselse organisaties en verenigingen, bij elke vorm van repressie binnen de Kanaalzone een even krachtig signaal van solidariteit geven als Globe Aroma heeft ontvangen in februari. Het burgerplatform wilt ook naar oplossingen zoeken om veiligheid in de stad te garanderen voor iedereen. Het belangrijkste standpunt hierbij is dat repressie alvast niét de manier is.

TvMR: Denkt u dat, na de grote solidariteit en media-aandacht die het voorval in februari kreeg, zulke politie-invallen nog zullen plaats vinden?

ROCHETTE: Ja, ik denk dat dat nog altijd kan gebeuren, ook bij Globe Aroma. De politiecommissaris van Brussel heeft ons  gezegd dat hij niet kan garanderen dat dit niet nog eens zal gebeuren in de toekomst. Ook zegt hij dat we waarschijnlijk nooit officieel bericht zullen ontvangen waarom er in februari  bij ons werd binnengevallen, iets wat we tot op vandaag  nog steeds niet weten. Dit geeft mij een akelig gevoel.

Wel heeft een goed gesprek met de burgemeester van Brussel ervoor gezorgd dat  hij in de toekomst beter zal nagaan bij wie kan worden binnengevallen. Hiervoor werd door de politie een lijst opgesteld met namen van organisaties waar ze wou  binnenvallen. De burgemeester ondertekent dit soort lijsten vrijwel zonder controle. Hoewel hij in februari de toestemming gaf, was hij niet op de hoogte dat Globe Aroma hier het slachtoffer van zou worden. Gek ook, want Globe Aroma krijgt subsidies van de stad Brussel.

TvMR: Hoe kaderen de politie-invallen volgens u in het groter politiek gebeuren?

ROCHETTE: De politie-invallen zijn volgens mij deel van een grotere intimidatiepolitiek. Ze proberen zoveel mogelijk mensen angst aan te jagen. Mensen worden angst ingeboezemd met de boodschap migranten of vluchtelingen de welvaart en het welzijn zullen aantasten. Het beleid en de media leggen onterechte linken tussen migratie enerzijds en terroristische aanvallen of criminaliteit anderzijds. Mensen die nooit met vluchtelingen in aanraking komen vormen zo een compleet fout beeld.

De jacht op mensen zonder papieren of mensen met een andere huidskleur is de laatste jaren verhoogd, denken we maar aan de agressieve controles op de tram en de metro.  Men begint steeds meer de mensenrechten aan te tasten.

Dit alles past in de gentrificatie die gaande is in de stad: er wordt wel geïnvesteerd in toerisme en een mooi stadscentra, maar de stedelijke problemen worden uit het straatbeeld geduwd. Voor mensen in armoede, zonder wettig verblijf, zonder woonst, worden de problemen genegeerd en weggeschoven. In plaats van naar oplossingen te zoeken.

TvMR: Hoe denk je dat jullie organisatie te maken heeft met mensenrechten?

ROCHETTE: Het is een mensenrecht om je mening of je gevoel uit te drukken. Kunst is hier een middel toe. Ook kan via  kunst aangetoond worden dat mensenrechten niet voor iedereen hetzelfde betekenen. Zo geeft onze huidige tentoonstelling Words! Words! Words! de interpretatie van veertien verschillende mensen – waaronder nieuwkomers, mensen zonder papieren, mensen met andere roots die hier geboren zijn – bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze tentoonstelling kwam tot stand naar aanleiding van de zeventigste verjaardag van de UVRM, maar kan even goed een antwoord zijn op de aanvallen in februari, waarbij duidelijk werd dat niet ieders mensenrechten worden gegarandeerd.  De twee personen die na de invallen van de politie zijn opgepakt en in een gesloten centrum werden opgenomen, werkten ook mee aan deze tentoonstelling.

TvMR: Op welke manieren denk je dat culturele en artistieke uitwisseling de samenleving kan verbeteren?

ROCHETTE: Alles binnen de werking van Globe Aroma is gelinkt aan het component van ontmoeting. We willen dat mensen de kans hebben ervaringen met elkaar te delen en elkaar te ontmoeten. Dit kan heel vluchtig zijn, door samen naar iets te kijken of luisteren. Kunst beleven samen met andere Brusselaars betekent vaak al heel veel voor onze doelgroep, die dagelijks kampen met onzekerheden over hun plek hier in deze stad en dit land. Plots hebben ze voor heel even wel een plek. Verdergaand contact kan dan weer groeien uit bijvoorbeeld cocreatieprojecten. Uit deze projecten zien we vaak vriendschappen groeien.

TvMR: Wat is het interessantste of opmerkelijkste dat u al hebt geleerd door samen te werken met kunstenaars die roots hebben in andere landen?

ROCHETTE: Je leert met een andere bril naar de dingen te kijken. Dat is heel eigen aan werken met nieuwkomers. Je wordt de hele tijd geconfronteerd met hoe beperkt je eigen perspectief is.  Als je kijkt naar een kunstwerk van iemand leer je vragen stellen zoals “waarom doe je het op die manier, “wat wil je vertellen,” in plaats van meteen te oordelen.           

Gesprek met kunstenaar Duba

TvMR: Wat betekent Globe Aroma voor jou?

DUBA: Wat Globa Aroma voor mij betekent, komt al terug in de naam. Bij Globa Aroma zie je de wereld, de geur van de wereld is hier aanwezig. Je vindt hier een mengeling van Afrikaanse en Arabische culturen, maar ook van de Vlaamse en Waalse cultuur. Toen ik hier arriveerde had ik geen papieren, ik betekende niets. Mensen zagen mij niet. Maar hier heb ik mijn familie ontmoet en heb ik betekenis gekregen.
Ik ontmoette enkele mensen bij een concert in Brussel van een Senegalese muziekgroep. Ik vond hen meteen sympathiek en ze vertelden mij over Globe Aroma. Het sprak me meteen aan en ik ben de volgende dag naar Globe Aroma gegaan om een kijkje te nemen. Ik voelde me meteen thuis, en zoals je ziet:  wij zijn één grote familie.

TvMR: Wat vind je ervan dat Globe Aroma de Prijs voor Mensenrechten krijgt?

DUBA: Ik denk dat Globe Aroma de prijs verdient, omdat de politie hier binnengevallen is en mensen heeft opgepakt. Mensen die in wezen niets fout hebben gedaan. Globe Aroma heeft hard gewerkt om hen te helpen, door onder andere protesten te organiseren tegen de overheid. Ik vind dat heel erg knap en ik ben ook enorm trots.


TvMR: Sinds wanneer ben je in België?

DUBA: Ik ben sinds twee jaar in België. Eerst was ik in Nederland, maar het was moeilijk voor mij om daar te leven omdat ik de taal niet spreek. België is voor mij beter omdat de mensen hier Franstalig zijn en ik wel Frans spreek. De politieke situatie in mijn land Mali is niet goed. Er is veel corruptie en de manier waarop mensen denken over religie is heel erg beperkend. Vooral het islamitisch fundamentalisme in Mali is zorgwekkend. Voor mij betekent god warmte en liefde, maar zij zien dat anders.

TvMR: Hoe was het om op te groeien in Mali?

DUBA: Een kind in Mali werkt. Dat wordt als normaal gezien. Ik kom uit een arme familie en vanaf de leeftijd van acht jaar moest ik werken en bijdragen aan het huishouden. Ik werd niet goed behandeld en toen ik 14 jaar oud was, besloot ik om thuis te vertrekken. Ik overleefde door op straat koud water te verkopen. In Mali is het heel erg warm, dus de mensen hebben koud water nodig. Het enige wat ik deed was werken, werken eten, slapen en werken. Ik had niemand. Niemand gaf om mij, enkel god.
Na enkele jaren ontmoette ik een Zwitserse vrouw en ze werd verliefd op mij. Wij trouwden en ze nam me mee naar Zwitserland. Ze kwam uit een welgestelde familie. Maar ons huwelijk mislukte omdat ik niet kon leven zoals zij leefde. Ik ben het gewoon om arm te zijn en zij was het gewoon om rijk te zijn. Daarna ging ik terug naar Mali en begon ik mijn muzikale carrière.

TvMR: Was je politiek actief in Mali?

DUBA: Nee, niet echt. Ik was niet bezig met politiek of sociaal activisme. Ik was vooral bezig met muziek en overleven. Ook in België hou ik me afzijdig van politiek.

TvMR: Waar haal je de inspiratie voor je werk?

DUBA: Voor mij is muziek zoals religie.  Mensen spelen samen muziek, mensen dansen samen op muziek en mensen zingen samen. Fundamentalisten zijn tegen muziek. Ze zien de duivel in muziek. Je mag enkel muziek maken voor god, voor het ontzag dat je voor god voelt. Het zit in de islamitische traditie om je liefde voor god te uiten via muziek, maar niet voor de liefde voor een vrouw.

Merk je een verschil tussen jouw plaats als kunstenaar in de samenleving hier en in Mali?

DUBA: Ja, ik merk een enorm groot verschil. De religieuze samenleving in Mali kijkt neer op artiesten en muzikanten. Maar niet iedereen in Mali denkt gelukkig zo. Ik werd in Mali ook gerespecteerd voor mijn muziek. Er is een groot verschil in hoe mensen mij behandelen in België. In Mali speelde ik zonder dat ik op voorhand alles moest plannen: alles was veel spontaner. Dat zit in de cultuur van Mali. In België is alles geregeld en georganiseerd, dat was één van de eerste dingen die mij opvielen toen ik in Europa arriveerde.  De tijd in Mali is van ons, de tijd is van de mensen. In België  is het andersom: de tijd neemt het van ons over. De moskeeën in Mali zorgen voor tijdsbesef.  Door het oproepen totgebed wist ik welk moment van de dag het was. In België moet je altijd op de klok kijken. Elke minuut lijkt te tellen.


Voetnoten

[*] Sara Eelen is master sociaal werk en sociaal beleid. Momenteel werkt ze bij het CAW als psychosociaal begeleidster. Hadjira Hussain Khan is redactielid van het TvMR.

[**] Dit stuk verscheen als interview in het Tijdschrift voor Mensenrechten in april 2019 (nr.1, pp. 18-20). Vond je het interessant en wil je nog meer lezen? Abonneer je dan op het Tijdschrift voor Mensenrechten. Het Tijdschrift voor Mensenrechten is een uitgave van de Liga voor Mensenrechten en komt vier keer per jaar uit. De redactie is autonoom.

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.

Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief