• Word gratis lid
  • Investeer in Mensenrechten

Q&A: Krimpende ruimte van het middenveld

17 december 2018

       

Peter Wouters, algemeen voorzitter van beweging.net, maakt zich zorgen over de toenemende aanvallen op sociale en maatschappelijke organisaties. Hij ontwaart een tendens waarbij organisaties die een afwijkende mening laten horen over migratie en inburgering bedreigd worden met het inkorten van bevoegdheden of subsidies. Journalisten die zich kritisch opstellen worden met ontslag bedreigd. Organisaties die werken met mensen in armoede of actief zijn in zorg en welzijn, worden verengd tot strikte uitvoerders van het overheidsbeleid.

Wat verstaat u onder krimpende ruimte voor het middenveld?

We stellen vast dat politieke partijen het niet langer normaal vinden dat het beleid wordt geadviseerd of aangevuurd door organisaties die in de samenleving actief zijn. Het doorgeven van signalen die men in het middenveld  kan opvangen wordt als bemoeienis beschreven en zou afbreuk doen aan de opdracht die politiekers hebben. Men hanteert daarbij de kijk op politici als zouden zij de enige verantwoordelijke zijn voor het maken en bijsturen van beleid. In de voorbije periode is die ruimte voor het middenveld heel wat groter geweest, al was er een twintig jaar geleden ook sprake van afkeer van het middenveld. We denken dan aan Verhofstadt en zijn ‘burgermanifest’. Vandaag is er een grote weerstand tegen georganiseerde en ook spontane betrokkenheid van middenveld bij vooral de Vlaams nationalistische partij.

Nemen aanvallen tegen maatschappelijke spelers ook in België toe? Speelt overheden daar een rol in?

De overheid speelt zeker een rol in de wijze waarop inspraak plaats krijgt. Heel wat overleg is bij decreet of wet georganiseerd. Door voortdurend de betrokkenheid van middenveldorganisaties uit de regelgeving te verwijderen duwt de overheid die inspraak naar de publieke ruimte. Zo kan men zich enkel via de (sociale) media of ‘op straat’ uitspreken over gevolgen van bestaand beleid of nieuwe vraagstukken die zich aandienen. Dat geeft de indruk van gepolariseerde protestacties, terwijl ze aan de vergadertafel heel normale bezorgdheden zouden zijn. Op deze manier zien we gezonde inspraak veranderen in maatschappelijk protest. Dat is jammer voor de vraagstukken die ter tafel liggen.

Is het niet gezond om ngo's, vakbonden en sociale organisaties in vraag te stellen? Reageren ze vaak niet behoudsgezind?

Inspraak van het middenveld is zeker steeds kritisch te beoordelen. Is alle informatie beschikbaar? Begrijpt men het voorliggend beleid voldoende? Begrijpt men de economische afweging voldoende? Is het signaal breed gedragen of een mening van enkelingen? Daarom is het zo belangrijk dat deze signalen aan een vergadertafel belanden, zodat ze genuanceerd besproken kunnen worden. Politici mogen een persoonlijke voorkeur of afkeer hebben voor bepaalde organisaties, maar ze dienen wel na te denken over de signalen die zij uitsturen. Dikwijls vormen ze immers intern democratisch besproken meningen die er wel toe doen. Als beleidvoerder pleit ik voor kritische, maar constructieve gesprekken met middenveldorganisaties.

Hoe moet het middenveld reageren? Hoe kan ze haar meerwaarde sterker in de verf zetten?

Het is een illusie om te denken dat signalen vanuit het middenveld zullen stilvallen als ze niet langer constructief kunnen worden georganiseerd. De signalen zullen echter steeds vaker verpakt worden in sociale actiemodellen die hun plaats willen opeisen. Er lijkt me dus meer sociale onrust te komen. Als middenveld kan je niet anders dan effecten van gevoerd beleid te noteren en indien nodig aan de kaak te stellen. Het is onder meer aan grote organisaties om die signalen te ondersteunen en aan de media om de weerklank te geven.

Tags:

STANDPUNTEN

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.

Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief