Slimme stroommeters in uw huis en toch geen zeggenschap?

12 juni 2015

       

Big Brother is gekend onder vele namen en gezichten en hij schakelt vele mensen in. Ditmaal concentreert hij zijn krachten op Vlaams minister van Energie, Annemie Turtelboom (‘Turtelboom wil slimme stroommeter in elk huis’, DS 11 juni 2015). De minister kondigt aan te willen onderzoeken wat de financiële haalbaarheid is van een algemene uitrol van slimme energiemeters. Immer deze nieuwe, aan te kopen slimme digitale meters geven via telecomnetwerken regelmatig de meterstanden van de gebruikers door naar de netbeheerders (wat snellere facturatie mogelijk maakt) én laten efficiënter beheer toe van stroomnetten.

Ogenschijnlijk een zoveelste beleidsplan én studie enkel gefocust op het kostenplaatje. Over privacy risico’s wordt met geen woord gerept. Nochtans zijn er bij het veralgemeend inzetten van slimme meters heel wat vraagtekens te plaatsen, zeker wat de bescherming en het beveiligen van persoonsgegevens betreft. Of hoe we slimme technologie, dom kunnen gebruiken.

Wie betaalt, met wat?

In het verleden is in ons land reeds een discussie gevoerd over het prijskaartje van de slimme meters, een prijskaartje dat naar de consument wordt doorgeschoven. Het middenveld plaatst al langer vraagtekens bij het rooskleurig prijskaartje dat vooral door lobbyisten van de elektriciteitsindustrie wordt voorgeschoteld. Onderzoek van de Universiteit van Antwerpen (2011) wees uit dat de meerkost door het gebruik van slimme meters niet minder dan 2,272 miljard euro zou bedragen. De extra kost, die de invoering van slimme meters met zich meebrengt, zou daardoor oplopen tot een bedrag tussen de 40 en 50 euro per gebruiker per jaar voor de volgende 20 jaar. Aan de andere zijde wordt tegelijkertijd het besparingspotentieel serieus overschat. Volgens berekeningen zouden daardoor enkel grote verbruikers en verspillers voordeel halen uit een slimme meter. Voor alle andere verbruikers wegen de voordelen niet op tegen de nadelen. Sterker nog, het zullen de kleine verbruikers zijn die zullen opdraaien voor de besparing van de grote verbruikers. De voordelen situeren zich vooral aan de kant van de distributeur, terwijl de factuur voor de slimme meters betaald zal worden door de consument en dan vooral de kleine consument die er een serieuze financiële kater dreigt aan over te houden. Het middenveld waarschuwt ook voor de risico’s voor maatschappelijk kwetsbare groepen en wijzen op het bestaan van sociale openbaredienstverplichtingen die – op zijn minst – behouden dienen te blijven en, waar nodig, dienen te worden uitgebreid voor de nieuwe functies van de slimme meters.

Meten is weten

De voorgaande centendiscussie is belangrijk, maar moet aangevuld worden met een privacy discussie. Het klinkt – op zijn zachtst gezegd ‐ weinig aantrekkelijk dat elektriciteitsleveranciers voortdurend kunnen binnen gluren om uit commerciële overwegingen te achterhalen wie wanneer thuis is, welke toestellen er gebruikt worden en hoeveel die toestellen verbruiken. None of their business, denken wij dan.

Slimme meters kunnen de energieleveranciers een heleboel informatie verschaffen over het gedrag en de leefpatronen van individuele gebruikers. Uit het energieverbruik kan bv. afgelezen worden hoeveel personen op een bepaald moment in een woning aanwezig zijn, wanneer iemand gaat slapen of opstaat, welke toestellen worden gebruikt en hoe lang, enz. Die meetgegevens kunnen de privacy van de consument schaden en zijn op diverse wijzen vatbaar voor misbruik. De gedragspatronen die via de meetdata zichtbaar worden, komen in de handen van de netbeheerders en de energiebedrijven. Het is in de eerste plaats niet duidelijk hoe lang die informatie mag of moet bijgehouden worden en of die verspreid mag worden naar andere instanties en zo ja, naar welke instanties wel en naar welke niet. Op grond van de privacywet vereist het doorgeven van persoonsgegevens aan derden, waaronder ook metergegevens, echter steeds een expliciete en herroepbare toestemming van de betrokkene.

Slimme meters kunnen ook marketingbedrijven inzicht geven in het dagelijks leven van de consument. De Belgische Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer formuleerde een aanbeveling waarin zij een dergelijk vergaande inkijk in het doen en laten van de burgers slechts gerechtvaardigd acht wanneer daar duidelijke maatschappelijke voordelen tegenover staan. De Commissie herhaalt eveneens het keuzerecht van de betrokken burger, dewelke verregaande transparantie en informatie ten aanzien van de betrokkenen vereist.

Finaal dient ook gewezen te worden op het bekende fenomeen van function creep. Dit houdt in dat het enorm moeilijk is om het inwinnen van meetgegevens te beperken voor het doeleinde van energiebesparing. Het valt niet uit te sluiten dat ook opsporings‐en veiligheidsdiensten in de toekomst gebruik zullen willen maken van de data om leefpatronen, van personen die verdacht worden van strafbare feiten, na te gaan. Ook voor verzekeringsmaatschappijen kunnen de gegevens van belang zijn. Maar stemt de consument wel in met dergelijke vergaande gegevensuitwisseling?

Big Brother in de meterkast: Het is uw energie, maar niet langer uw meter

In 2012 kregen de slimme energiemeters nog de Big Brother Award toegemeten, een bedenkelijke prijs voor de meest privacy schendende initiatieven, uitgereikt door de Liga voor Mensenrechten. Volgens de analyse van de Liga en het professioneel oordeel van de expertenjury  kon de slimme meter de toets met artikel 8 EVRM niet doorstaan. Een inbreuk op de privacy kan slechts gerechtvaardigd worden wanneer deze een specifiek omschreven doel dient. De Europese richtlijn geeft energiebesparing als enige doelstelling voor de invoering van slimme meters. Door de consument een beter inzicht te verschaffen in zijn eigen energieverbruik wordt vermoed dat deze bewuster ‐ én dus zuiniger ‐ zal omspringen met energie. Deze doelstelling beantwoordt aan het doelcriterium “economisch welzijn van het land”, zoals bepaald in artikel 8 EVRM lid 2. Daar energiebesparing op termijn ook positief kan inwerken op de risico’s van klimaatverandering kunnen ook de openbare veiligheid of de bescherming van de volksgezondheid als een indirecte doelstelling in aanmerking komen.

Het recht op privacy dient in de context van de slimme meters ruimer worden opgevat dan enkel de bescherming van persoonsgegevens. Ook het huisrecht en het recht op respect voor het familie‐en gezinsleven kunnen maar volwaardig worden uitgeoefend met respect voor de privacy in de beslotenheid van de eigen woning. Bovendien brengt de registratie van meetgegevens, en de daarmee gepaard gaande onthulling van leefpatronen, de veiligheid van de woning in gedrang. Inbrekers en hackers krijgen hierdoor vrij spel. Dergelijk zwaarwegende inbreuk op de privacy is dus enkel toelaatbaar bij een dringende maatschappelijke behoefte. Empirisch onderzoek heeft echter niet aangetoond dat het gebruik van slimme meters ook de vooropgestelde energiebesparing tot gevolg zou hebben. Een gebruiksvriendelijk afleesvenster in de meterkast zou een effectiever alternatief zijn en houdt bovendien minder inbreuk op de privacy in. Ook een vrijwillige invoering van de slimme meter, door consumenten die milieubewust met hun energieverbruik willen omgaan, of het gebruik van statistische en geanonimiseerde data, vormen te overwegen alternatieven.

Onze energie, onze meter

Onvoldoende alertheid bij de implementatie van slimme meters kan ons dus opzadelen met ongewenste implicaties en vergaande uitbreidingen die we vandaag hadden moeten voorzien. Het valt aan te bevelen dat de privacy bezwaren voldoende aandacht krijgen en dat bij de ontwikkeling van het systeem garanties voor databescherming worden ingebouwd. Wanneer ervoor gekozen wordt het systeem verplicht in te voeren lijkt het geenszins te vroeg om het debat hierrond te initiëren en het publiek voldoende te informeren. Burgers hebben zelf ook vragen bij dergelijke evoluties en de mogelijkheden van steeds doordringendere tracking systemen. Het is belangrijk om iedereen voldoende kritisch te houden hierover. Een gebrek aan informatie wekt alleen maar de indruk dat het debat rond privacy niet meer zou moeten worden gevoerd. En zo verliest de burger al snel het recht om zich tegen latere ontsporingen van een ingevoerd systeem te verzetten. Burgers worden langzaamaan geconditioneerd om privacy ondergeschikt te stellen aan economische belangen en veiligheid. Op die manier zal inderdaad geen protest meer klinken wanneer de technologie daadwerkelijk ontspoort.

Concreet moet gewerkt worden aan meterresultaten die eigendom zijn van de consument die zelf beslist over al dan niet te sharen met onze nieuwsgierige overheid en onze nieuwsgierige electriciteitsverkopers. Second best is een systeem met een eerste rol voor hetzij electriciteitsnetwerkbeheerders of de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) die dan toezien op de anonimisering. Wat telt is dat onze gegevens niet in handen komen van de electriciteitsverkopers of de overheid, in beide gevallen geen baken van vertrouwen. Mevrouw Turtelboom, stel ons gerust en beloof dat uw studie ook privacyvriendelijke scenario’s meeneemt.

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.

Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief