TvMR Themanummer: klimaat en mensenrechten

07 oktober 2019

Vorig jaar vierden we zeventig jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De uitdagingen voor de waardigheid van de menselijke persoon, die aan de mensenrechten ten grondslag ligt, zijn in die periode sterk geëvolueerd.

       

Editoriaal geschreven door Laurens Lavrysen [*] voor het oktober 2019 nummer van het Tijdschrift voor Mensenrechten. [**]

Vorig jaar vierden we zeventig jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De uitdagingen voor de waardigheid van de menselijke persoon, die aan de mensenrechten ten grondslag ligt, zijn in die periode sterk geëvolueerd. Dit vraagt een continue reflectie over de relevantie van mensenrechten bij het formuleren van een antwoord op hedendaagse maatschappelijke problemen.

Wereldwijd is het maatschappelijk probleem bij uitstek ongetwijfeld klimaatverandering. 2019 is het jaar waarin het klimaatthema, dankzij de klimaatspijbelaars, amper uit het nieuws weg te branden was. 2019 is ook het jaar waarin wereldwijd recordtemperaturen werden gemeten, en het jaar dat aangeeft dat we goed op weg zijn om het record van wereldwijde jaarlijkse CO2-uitstoot te verbreken.

Het is dan ook het uitgelezen moment om een themanummer aan klimaat en mensenrechten te wijden. De relatie tussen mensenrechten en klimaatverandering is veelzijdig. Klimaatverandering vormt enerzijds een van de grootste bedreigingen voor mensenrechten, zoals het recht op leven, een gezond leefmilieu, huisvesting, voedsel en water. Anderzijds kunnen mensenrechten ingeroepen worden in een poging de oorzaken van klimaatverandering aan te pakken of de gevolgen hiervan te verzachten. In dit nummer onderzoeken we zowel het potentieel als de beperkingen van het recht van de mensenrechten in relatie tot klimaatverandering.

Deborah Casalin onderzoekt in haar artikel de rol van mensenrechten bij het bieden van een antwoord op klimaatontheemding, met een specifieke focus op de vraag naar de meerwaarde van een nieuw ‘right not to be displaced’. Hoewel mensenrechten an sich niet volstaan om een dergelijke antwoord bieden, kunnen zij wel belangrijke richtsnoeren bieden bij het voorkomen, opvangen en compenseren van klimaatontheemding.

In een kritisch artikel buigt Vincent Bellinckx zich over de beperkingen van de mensenrechten om een antwoord te bieden op klimaatverandering. Bellinckx bekritiseert het antropocentrisch karakter van de mensenrechten en het feit dat het diffuse en grensoverschrijdend karakter van de klimaatproblematiek voor conceptuele hordes zorgt op vlak van de juridische afdwingbaarheid van mensenrechten in deze context. Ten slotte vraagt Bellinckx zich af of mensenrechten wel in staat zijn om de oorzaak van de ecologische crisis aan te pakken wegens hun inbedding in het kapitalistisch groeimodel.

Wouter Vandenhole bouwt verder op die gedachte door na te gaan hoe het recht van de mensenrechten kan aangepast worden om deze laatste beperking te overstijgen. In een wereld met grenzen kan economische groei niet de motor zijn van progressieve realisatie van socio-economische mensenrechten. Daarom is het volgens Vandenhole nodig om het gelijkheidsbeginsel te hertekenen, met een focus op het voorkomen en aanpakken van sociaaleconomische ongelijkheid. De vraag rijst echter of de hiervoor vereiste hertekening van machtsrelaties binnen het bereik van het recht ligt.

Ook Kata Dozsa gaat in haar artikel in op de beperkingen van het mensenrechtenkader, met een focus op participatie van kinderen en jongeren in klimaatbeleid. Volgens Dozsa ondermijnt de bekwaamheidsvereiste het potentieel van het Kinderrechtenverdrag om op dit vlak bij te dragen tot adequate participatie, wat weerspiegeld wordt in de gebrekkige participatie van kinderen en jongeren in het VN-klimaatbeleid. Het gebrekkige kinderrechtenkader wordt echter ingehaald door de realiteit, dank zij de opkomst van de wereldwijde grassroots-beweging van jongeren voor het klimaat en door de betrokkenheid van jongeren bij klimaatzaken.

Klimaatzaken vormen dan weer het onderwerp van het artikel door Ingrid Leijten, die enkele voorlopige lessen trekt uit de Nederlandse Urgenda-zaak waarin mensenrechten een cruciale rol speelden. Volgens Leijten schuilt de uitdaging voor rechters in het vertalen van abstracte principes in concrete verplichtingen, wat extra bemoeilijkt wordt bij toekomstige en onspecifieke schade. Rechters zijn bovendien beperkt door hun institutionele positie, al kan hun taakomschrijving misschien wel veranderen in het licht van de klimatologische noodzaak.

In twee interviews kijken we ten slotte naar de rol die mensenrechten kunnen spelen buiten het strikte domein van het recht. Publicist Jan Mertens benadrukt de nood aan een brede invulling van het concept burgerschap, met inbegrip van toekomstige generaties, in het democratisch debat over de invulling van het recht op een gezond leefmilieu. Greenpeace België-directeur Valerie Del Re legt dan weer de nadruk op de noodzaak van coalitievorming tussen klimaat- en mensenrechtenbewegingen en op het belang van de mensenrechten bij het beschermen van klimaatactivisten.

Dit themanummer kwam mee tot stand dankzij de medewerking van Arne Vandenbogaerde, Catherine Van De Heyning en Deborah Casalin.


Voetnoten

[*] Laurens Lavrysen is postdoctoraal onderzoeker aan het Human Rights Centre van de UGent en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Mensenrechten.

[**] Dit stuk verscheen als editoriaal in het Tijdschrift voor Mensenrechten in oktober 2019 (nr.3, p. 3). Vond je het interessant en wil je nog meer lezen? Abonneer je dan op het Tijdschrift voor Mensenrechten. Het Tijdschrift voor Mensenrechten is een uitgave van de Liga voor Mensenrechten en komt vier keer per jaar uit. De redactie is autonoom.

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.

Nieuwsbrief

Lees hier onze laatste nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle interessante mensenrechtenweetjes.
Schrijf je in en ontvang de nieuwsbrief viermaal per jaar gratis in je mailbox.