Vrijspraak van agenten verantwoordelijk voor de dood van Pieter Aerts
19 november 2025
In 2019 werd Pieter Aerts in zijn appartement gedood door de Antwerpse politie. Een vorm van buitensporig en zinloos vuurwapengebruik tegen een man die psychologische hulp kon gebruiken. Sindsdien trachten zijn ouders te achterhalen wat er precies gebeurd is en wie verantwoording dient af te leggen. In 2024 stelde de Liga voor Mensenrechten zich burgerlijke partij in hun rechtszaak. Deze week sprak de correctionele rechtbank de betrokken agenten vrij op basis van ‘wettige zelfverdediging’.
De feiten
Op 9 juli 2019 namen de ouders van Pieter Aerts contact op met de politie. Ze hadden hun zoon al even niet kunnen bereiken en maakten zich zorgen. Pieter kampte al jaren met psychische problemen, en zijn ouders vreesden dat hij zich opnieuw in een kwetsbare situatie bevond en mogelijk hulp nodig had. De politie begaf zich naar het appartement van Pieter op de Plantin en Moretuslei in Antwerpen en klopte herhaaldelijk op de deur. Toen Pieter van achter de deur reageerde dat de agenten moesten vertrekken, vonden ze dit agressief klinken. Een tweede ploeg werd opgeroepen voor versterking.
Daarna werd het slot van Pieter’s privéwoning door de conciërge geforceerd op vraag van de politie. Volgens de aanwezige agenten haalde Pieter op het moment dat de deur openging uit met een mes richting de conciërge, die licht verwond geraakte. De politie opende daarop onmiddellijk het vuur. Er werden twee schoten gelost, waarvan één de deur doorboorde. Pieter vluchtte vervolgens naar de achterzijde van de studio. De agenten betraden de woning en vuurden nog zes schoten af. Volgens de politie zou Pieter immers opnieuw hebben uitgehaald met een mes. Uit het autopsieverslag blijkt dat Pieter geraakt werd door vermoedelijk zeven schoten in de borst, rechterarm, geslachtsstreek en rechterknie. Een van de projectielen trof Pieter’s hart aan de voorzijde, wat volgens de autopsie beschouwd wordt als een quasi-instantaan letaal letsel. Pieter overleed kort na de schoten aan zijn verwondingen.
De ouders hebben zich in de nasleep van de feiten vragen gesteld over het verloop van de dodelijke interventie en het daaropvolgende onderzoek. Zo werd het mes waarvan de agenten melding maakten nooit teruggevonden. Ook waren er verschillende “onverklaarbare” schoten gelost die de agenten zich niet meenden te herinneren. In het licht van deze tegenstrijdigheden betwistten de ouders de proportionaliteit van het dodelijke wapengeweld tegen hun psychisch kwetsbare zoon.
Vrijspraak door de correctionele rechtbank
Zowel de nabestaanden van Pieter als de Liga voor Mensenrechten stelden zich burgerlijke partij in een strafzaak tegen de betrokken agenten. Volgens hen (i) zijn de agenten de woning van Pieter onwettig binnengetreden, omdat daar geen noodzaak toe bestond, en (ii) is er geen sprake van wettige verdediging, gelet op de buitensporige tussenkomst van de agenten. De dodelijke interventie blijkt bovenal gesteund op een niet-bewezen mesaanval. De burgerlijke partijen vroegen zich ook af waarom er geen minder verregaande middelen konden worden ingezet om een eventuele dreiging vanuit Pieter te neutraliseren, zoals pepperspray.
In zijn vonnis van 17 november 2025 gaat de rechter niet mee in deze redenering. Volgens de rechter handelden de agenten uit wettige verdediging. Wettige verdediging kan worden ingeroepen als rechtvaardigingsgrond “wanneer een persoon, ter verdediging van zichzelf of van een ander, een onrechtmatige aanval afweert door middel van slagen, verwondingen of doodslag. De aanval moet ernstig, effectief begonnen, dreigend en onrechtmatig zijn en gericht tegen personen. De verdediging moet ogenblikkelijk noodzakelijk zijn, plaatshebben vóór of tijdens de aanval en moet in verhouding staan tot de aanval.”
De rechtbank stelt dat de agenten de wettige verdediging enigszins aannemelijk moeten maken, zonder dat zij die ook moeten bewijzen. Het niet terugvinden van een mes of de beperkte verschillen in de details van de beschrijving ervan door agenten betekent volgens de rechter niet dat er “geen aanval is geweest”. De rechter hecht vertrouwen in de getuigenissen van de agenten en de lichte hoofdwonde van de conciërge.
Volgens de rechter was er dan ook geen andere, redelijke wapenkeuze mogelijk en kan het gebruik van het vuurwapen niet als disproportioneel maar wel als legitiem worden beschouwd. Hij verwijst hierbij naar de aangeleerde politietechnieken en de opleiding ‘mesretentie’, die aanleert dat een aanval met een mes op een korte afstand enkel kan worden afgeweerd met vuurwapengebruik. Alle agenten werden bijgevolg vrijgesproken.
Voortdurende zoektocht naar transparantie en gerechtigheid
Voorzitter van de Liga voor Mensenrechten Kati Verstrepen reageerde in het radioprogramma "De Wereld Vandaag" op het vonnis. “Dit verbaast ons niet. We zien dit vaker in dossiers van politiegeweld. Samen met Ligue Des droits humains hebben we daarom Police Watch opgericht, om deze zaken te onderzoeken en slachtoffers te ondersteunen.”
Voor de familie blijven na het vonnis nog veel vragen overeind: was Pieter wel agressief? Waar is het mes dat hij zou hebben gehanteerd? Waarom moesten zij zelf bijkomende onderzoeksdaden vragen? De reden waarom het ballistische onderzoek zo gedetailleerd wordt gerapporteerd in het vonnis, is omdat de ouders hemel en aarde hebben verzet om de kogeltrajecten te onderzoeken. Voor de politieagenten is de impact van deze zaak eveneens groot. Voor hen blijkt levensreddend handelen ten aanzien van personen met een psychische kwetsbaarheid nog steeds geen vanzelfsprekendheid.
De Liga voor Mensenrechten ziet verschillende pistes om dodelijk politiegeweld tegen personen met een psychische problematiek te voorkomen en beter aan te pakken. Een eerste piste is werk maken van transparantie. Nabestaanden willen geen wraak, maar duidelijkheid. Het is heel moeilijk voor hen om informatie te bekomen over wat er precies gebeurd is. Een open communicatieketen en kwaliteitsvol onderzoek vanaf de start kan veel wantrouwen voorkomen. Een tweede piste is inzetten op opleiding en samenwerking: agenten moeten beter voorbereid zijn op interventies bij mensen met psychische problemen. Multidisciplinaire samenwerking (arts, psychiater, politie) zijn cruciaal tijdens een interventie. Ten slotte zijn er alternatieven voor het vuurwapen (bv. pepperspray) die in deze situatie meer proportioneel hadden geweest. De huidige politieopleidingen zetten hier te weinig op in. Agenten moeten steeds kiezen voor de minst ingrijpende vorm van dwang of geweld die kan volstaan om een dreiging te neutraliseren.
Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.