• Word gratis lid
  • Investeer in Mensenrechten

Jaarthema ’19: Ruimte voor kritiek in onze democratische rechtsstaat

27 februari 2019

Het ondergraven van het middenveld is een duidelijke internationale trend die komt overwaaien.

       

Wereldwijd neemt de druk op sociale bewegingen en ngo’s toe. Denken we maar aan de aanvallen tegen dissidenten en sociale activisten in Rusland, Polen, Duitsland en Hongarije. Niet alleen ngo’s trekken aan de alarmbel, ook de Verenigde Naties, de Europese instellingen en andere internationale organisaties doen dat.

Dat middenveldorganisaties kritiek te slikken krijgen, is op zich geen probleem. Als het middenveld zelf kritiek geeft, moet het kunnen omgaan met tegenkantingen. Dat komt een geïnformeerd debat alleen maar ten goede. Maar dat veronderstelt een gesprek. Door de toenemende maatschappelijke polarisering zien we echter steeds vaker frontale aanvallen waarbij de gehele bestaansreden van kritische organisaties in vraag wordt gesteld. Vandaag spelen critici steeds meer op de man en niet langer op de bal. Als die trend zich doorzet, bestaat het risico dat kritische middenveldorganisaties worden gemuilkorfd: het kan zijn werk niet doen en wordt gebruikt als bliksemafleider om het niet over de grond van de zaak te moeten hebben. Deze laatste tendens is zorgwekkend, zowel voor middenveldorganisaties als voor het bredere publiek.

En in Vlaanderen?

Het ondergraven van het middenveld is een duidelijke internationale trend die komt overwaaien. In Hongarije worden middenveldorganisaties systematisch verdacht gemaakt, Rusland voert een openlijke oorlog tegen ngo’s, de Poolse overheid voert een gerichte mediastrategie tegen kritische organisaties, en zelfs in Duitsland werd recent een groep milieuactivisten die een bos wilden beschermen gecriminaliseerd. De opgang van populistische partijen, die vaak een polariserend discours hanteren en tegenstanders zien in middenveldorganisaties, speelt hierbij een belangrijke rol.

Ook in Vlaanderen zet de trend van de krimpende ruimte van maatschappelijke spelers zich sluipenderwijs door. We zien een tendens waarbij sommige politici, opiniemakers en bloggers ngo’s, vakbonden en sociale organisaties op de schop willen doen. Recent deden zich een aantal incidenten voor waarbij kritische organisaties zware uithalen te verduren kregen.

De aanvallen van beleidsmakers op ngo’s zijn niet nieuw. In de jaren ’80 haalde Guy Verhofstadt in zijn Burgermanifesten zwaar uit  naar het middenveld dat de staat zou koloniseren. Zijn visie op het primaat van de politiek gunde belangengroepen geen plaats. Maar ondanks zijn harde discours werden middenveldorganisaties niet bedreigd. Dat lijkt nu wel meer en meer een reëel risico te zijn. 

De rol van het middenveld

De spanning tussen maatschappelijke actoren en het beleid is niet problematisch, wel integendeel. Sociale organisaties eigenen zich een politieke rol toe. Vaak hebben ze tegengestelde visies en gaat het debat er bikkelhard aan toe. Net daarom is kritiek op de acties en uitspraken van het middenveld prima. Dat maakt deel uit van een democratische debat.

Waarom trekken we dan nu aan de alarmbel?  Omdat mondige, kritische middenveldorganisaties nodig zijn in het publieke debat. Het sociale middenveld informeert burgers over het gevoerde beleid, verenigt hen om het beleid te evalueren en schiet in actie wanneer een overheid de rechten van haar burgers niet respecteert. Zo is de Liga al naar het Grondwettelijk Hof getrokken om de data-retentiewet – die onze privacy aantast – aan de kaak te stellen, of tegen de camerawet die het toelaat dat politie-en veiligheidsdiensten ons doen en laten kunnen volgen, of samen met andere organisaties tegen het uitvoeringsbesluit dat het – tegen de internationale rechtspraak in – weer mogelijk maakt om in België kinderen op te sluiten om de administratieve status van hun ouders. In onze democratische rechtsstaat zijn beleidsmakers immers gebonden aan de Grondwet en internationale verdragen waar België zich achter heeft geschaard. Deze afspraken tekenen de grenzen af waarbinnen beleid gevoerd kan worden. Zij leggen namelijk de rechten vast waarop iedere burger aanspraak kan maken. Het middenveld fungeert hier als waakhond om ervoor te zorgen dat een overheid niet inbindt op die minimumrechten.

Als we graag een open debat blijven voeren, bewijzen we er onszelf dus geen dienst mee wanneer de reputatie van deze organisaties systematisch publiek wordt ondergraven. Waar zou Vlaanderen immers staan zonder zijn rijke middenveld en geëngageerde burgers? Vrouwenrechtenbewegingen ijveren voor de gelijke positie van de vrouw in België, milieuactivisten komen op voor meer groene ruimte en propere lucht, welzijnsorganisaties verdedigen de belangen van patiënten en ouderen, jeugdbewegingen brengen de stem van onze kinderen en jongeren tot bij het beleid, en ga zo maar door. Alle redenen om ons historisch rijke middenveld te koesteren dus.

Wat kunnen we doen?

We moeten vooral het maatschappelijke debat blijven voeren. Met argumenten en tegenargumenten,. Ook het politiek debat mag weer opgebroken worden. Beste politici, als een middenveldorganisatie kritiek uit op een beleidsbeslissing, zie dit dan als een kans om in gesprek te gaan met de bevolking over de gemaakte beslissingen. Democratie is immers groepswerk.

Als we erin slagen om terug een grondig debat te voeren en van elkaar te leren, leidt dit tot beter beleid. Beleid dat een vrije en veilige samenleving mogelijk maakt. En laat het nu net dat zijn wat we allemaal willen.

Lees hier meer over de krimpende ruimte voor kritiek.

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.

Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief