Bijzondere opsporingsmethodes

09 juli 2002

De Commissie Justitie van de Kamer heeft op 9 juli 2002 het "ontwerp van wet op de bijzondere opsporingsmethoden en enkele andere opsporingsmethoden" aangenomen. De Commissie heeft haast unaniem beslist om op die manier het gebruik van technieken toe te laten als observatie, infiltratie, het gebruik van informanten, het onderscheppen en openen van privé-briefwisseling, het heimelijk betreden van een private plaats en het inwinnen van gegevens over bankrekeningen en banktransacties. Het ontwerp van wet dat tijdens het voorjaar door de minister van justitie was neergelegd, heeft scherpe kritiek gekregen van mensenrechtenorganisaties, advocaten en magistraten. Onder hen de Liga voor Mensenrechten. De kritiek heeft betrekking op verschillende aspecten van het ontwerp van wet. Methoden met een grote impact op de individuele vrijheden worden gebanaliseerd. Het ontwerp van wet bestrijkt een veel te ruim toepassingsveld. De tekst ontbeert transparantie. Bovendien worden de rechten van de verdediging geschonden, net zoals het recht op privacy. Het ontwerp van wet kent het recht van initiatief en controle op het gebruik van de bijzondere methoden toe aan de politie en aan het parket. De onderzoeksrechter wordt grotendeels buitenspel gezet. Politieambtenaren krijgen het recht om zelf misdrijven te plegen, zonder dat degelijke limieten worden ingebouwd. De Grondwet en de internationale verdragen die ons land heeft ondertekend en geratificeerd, laten een wet met een dergelijke draagwijdte en met een manifest gebrek aan waarborgen voor de mensenrechten niet toe. De tekst die door de Commissie Justitie van de Kamer werd aangenomen, na een debat van amper anderhalve maand, komt geenszins tegemoet aan de bezwaren die reeds bij het voorontwerp waren geformuleerd. De kritiek op dit ontwerp van wet blijft dan ook pertinent. Het ontwerp wordt dezer dagen door de Kamer in plenaire zitting besproken. De tekst mist het evenwicht tussen enerzijds de behoeften van de noodzakelijke strijd tegen de georganiseerde misdaad en anderzijds het respect voor de individuele rechten en vrijheden. Dat evenwicht is nochtans het fundament van de strafrechtelijke procedure in een democratische rechtsstaat. De tekst die door de Kamer zal besproken worden, verontrust de Liga voor Mensenrechten in hoge mate. De Liga hoopt op een evenwichtiger debat in de Senaat, de reflectiekamer van het Parlement. Een debat dat ook meer rekening houdt met de grondwettelijke en verdragsrechtelijke plichten van België.

Deel dit artikel

   

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.