Een zoveelste veroordeling voor België voor de behandeling van geïnterneerden

31 januari 2014

De Belgische staat werd opnieuw veroordeeld voor de behandeling voor geïnterneerden, ditmaal door de burgerlijke rechtbank in Turnhout. Het is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste keer zijn. Begin deze maand werd België veroordeeld voor de slechte behandeling van 8 geïnterneerden door het Europees Hof van de Rechten van de Mens.

De veroordelingen: een schending van artikel 5 § 1 EVRM

De problematiek van de slechte behandeling van geïnterneerden gaat al ver terug, maar de laatste tijd volgt veroordeling na veroordeling elkaar op, door het Europees Hof voor de rechten van de Mens, Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT) en Committee against Torture (CAT).

Geïnterneerden zijn mensen die op het moment van de feiten lijden aan een geestesstoornis die op een ernstige wijze hun onderscheidingsvermogen heeft aangetast. Ze worden voor een onbepaalde tijd opgesloten en dit om de maatschappij te beschermen en aangepaste therapeutische steun te garanderen voor de personen die een misdaad of misdrijf pleegden.

Telkens weer wordt België door het Europees Hof veroordeeld voor schending van artikel 5 § 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dat artikel garandeert het recht op vrijheid en heeft als doel arbitraire vrijheidsberoving te vermijden. In geval van geïnterneerden is deze slechts rechtmatig wanneer ze plaatsvindt “in een aangepaste kliniek, instelling of hospitaal”. Het Hof vindt dus dat mensen die het voorwerp uitmaken van een beschermings- of verzorgingsmaatregel, zoals internering, moeten worden opgevangen in een instelling die hen bescherming en verzorging kan bieden. Het probleem is dat geïnterneerden die in de gevangenis verblijven er niet de nodige zorg of therapie krijgen.

Deze keer was het de rechtbank van Turnhout die de Belgische staat veroordeelde omwille van het feit dat gedurende de 32 jaar dat de man is geïnterneerd, hij nauwelijks psychiatrische hulp heeft gekregen. Uit de vele veroordelingen van het Europees Hof blijkt dat België een structureel probleem heeft. Steeds meer geïnterneerden worden opgesloten in de gevangenis terwijl ze daar niet thuis horen. De gevangenis zou voor geïnterneerden enkel maar een tussenstap mogen zijn in afwachting van opname in een gepast therapieprogramma. 32 jaar in de gevangenis is al lang geen tussenstap meer.

En nu?

Jarenlang werd er niets gedaan aan deze situatie. Sinds het aantreden van toenmalig minister van justitie Laurette Onkelinx kwam er verandering in de zaak. Ten eerste kwam er een nieuwe wet op internering in 2007, waarvan de inwerkingtreding is uitgesteld tot januari 2015. De nieuwe interneringswet zal enkele veranderingen teweeg brengen zoals de invoering van een verplicht psychiatrische deskundigenonderzoek en de afschaffing van de Commissies ter Bescherming van de Maatschappij, die vervangen zullen worden door de strafuitvoeringsrechtbanken. Bovendien zal het internationaal erkend begrip “geestesstoornis” ingevoerd worden. Een tweede stap die werd ondernomen door het beleid is de bouw van 2 forensische psychiatrische centra (FPC) te Gent en Antwerpen. Deze FPC’s zouden plaats geven aan 450 geïnterneerden.

Het forensisch psychiatrisch centrum te Gent

Wanneer het FPC te Gent zal opengaan, zal het plaats geven aan 270 mannelijke geïnterneerden. Wanneer het zal opengaan is nog niet voorzien, wel wanneer de nieuwe uitbater zal gekozen worden. De minister van justitie gaf als antwoord op de parlementaire vraag van Sonja Becq dat in februari de nieuwe uitbater zal gekend zijn.

Op 28 januari verscheen de oproep om de open brief aan Annemie Turtelboom te onderteken. Deze gaat uit van Nathalie Laceur, klinisch psychologe, die de bezorgdheid uit betreffende de toekomstige uitbater van het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) te Gent. De Liga voor Mensenrechten uit eenzelfde bezorgdheid en roept bij deze ook op om deze open brief mee te onderteken (http://www.ipetitions.com/petition/Turtelboom-FPC-CPL-Ghent).

Er zijn 2 kandidaten voor de rol van uitbater: Sodexo en het Platform Forensische Psychiatrisch Centrum Gent vzw (PFPCG). Het PFPCG is een vzw opgericht met als doel het verbeteren van de situatie en het verlenen van zorg aan geïnterneerden. Partners van deze vzw zijn de stad Gent, Universiteit Gent en Hogeschool Gent. Sodexo is een Franse multinational die bij ons vooral gekend is van de maaltijdcheques, maar die ook uitbater is van gevangenissen in Groot-Brittannië en Australië. Britse rapporten, naar aanleiding van een inspectie in een Sodexogevangenis, spreken van “onmenselijke, wrede omstandigheden”. Sodexo zou hiervoor samenwerken met de Nederlandse zorgverlener Parnassia en veiligheidsbedrijf Securitas.

In haar open brief uit Nathalie Laceur al enkele van die bezorgdheden en vooral heel veel vragen. Niet enkel is er de verbazing over de vacature die was uitgeschreven door Securitas om personeel te vinden voor het FPC van Gent, terwijl de uitbater nog niet gekend is, maar ook het feit dat Sodexo geen enkele ervaring heeft met psychiatrische patiënten.

Een andere punt, waarover Laceur het niet heeft, is het feit dat het nadelig is dat de zorgverlener Parnassia Nederlands is. Gezien de focus van het FPC in Gent op doorstroom en uitstroom moet liggen, zodat het FPC niet dichtslibt, is het van groot belang dat de uitbater een netwerk heeft, niet enkel binnen het forensische, maar ook binnen de reguliere psychiatrie. Terwijl het PFPCG een zeer breed netwerk heeft in Vlaanderen, heeft Parnassia dit niet.

Het blijft dus met spanning afwachten wie de nieuwe uitbater zal zijn. Het is zoals Laceur zegt: ofwel riskeert de verhuis van de 270 geïnterneerden van de gevangenis naar het FPC een schijnvertoning te worden, ofwel krijgt België eindelijk de kans om een zwarte bladzijde om te slaan met betrekking tot haar omgang met mensen die vanuit een ondraaglijke psychische beleving een crimineel feit hebben gepleegd.

Deel dit artikel

   

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.