Salduz-wet: minimalistische interpretatie van het Europese recht op een eerlijk proces

06 januari 2012

De nieuwe Salduz-wet op de rechtsbijstand, die sinds 1 januari 2012 van kracht is, strookt volgens de Liga voor Mensenrechten niet met de Salduz-rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM). De wet is het resultaat van een onjuiste en minimalistische interpretatie van het Europese recht op een eerlijk proces, en biedt geen rechtszekerheid voor zowel slachtoffer als verdachte.

Het EVRM waarborgt het recht om niet tot de eigen beschuldiging bij te dragen (recht op stilzwijgen en het recht bijstand te hebben van een advocaat. Het recht op bijstand vanaf het eerste verhoor wordt door het EHRM gemotiveerd door de kwetsbare positie waarin de verdachte zich reeds in een pril stadium van de strafrechtspleging bevindt en de weerslag van deze kwetsbare positie op het zwijgrecht van de verdachte.

De Belgische Salduz-wet, vormt een uiterst minimale toepassing van de Salduz-rechtspraak. De rechtspositie van de verdachte blijft onder de door het EHRM bepaalde standaard.

Een verdachte kan niet alleen in een kwetsbare positie worden gebracht ten gevolge van zijn vrijheidsberoving, maar ook door de verhooromstandigheden, door de ernst van de ten laste gelegde feiten en door kenmerken eigen aan de persoon van de verdachte (zoals de geestesgesteldheid of zelfs maar de gemoedstoestand van de verdachte). Bijgevolg dient de bijstand tijdens de verhoren ook buiten het geval van vrijheidsberoving te worden voorzien.

Iedereen kan, behoudens minderjarigen, onbeperkt afstand doen van het recht op bijstand. Aldus is de bijstand van verdachten van zware misdrijven en van geesteszieken niet gewaarborgd. Voor deze kwetsbare groepen moet de mogelijkheid tot afstand van de bijstand worden uitgesloten.

De mogelijke tussenkomst door de advocaat wordt in de nieuwe Salduz-wet echter aanzienlijk begrensd en reduceert de rol van de advocaat tot een passieve getuige. Door de advocaat geen daadwerkelijke advies- en verdedigingsrol te laten opnemen, herleidt de Salduz-wet de meerwaarde van zijn aanwezigheid tot nul.

De Salduz-wet voorziet in de mogelijkheid de gewaarborgde aanhoudingstermijn van 24 uur te verlengen omwille van “de bijzondere omstandigheden van het voorliggende geval”. Een al te soepele invulling van deze bijzondere omstandigheden en het systematisch verlengen van de aanhoudingstermijn is een uitholling van de grondwettelijk gewaarborgde aanhoudingstermijn van 24 uur.

De in de Salduz-wet opgenomen sanctieregeling is ontoereikend en geeft de rechter een onvoldoende houvast om te oordelen over de gevolgen van de miskenning van dit recht.

De Salduz-wet brengt door deze tekortkomingen het eerlijk karakter van de strafprocedure in het gedrang en dreigt aldus zowel de ordehandhaving, als de rechten van de benadeelden te schaden.

De Liga voor Mensenrechten pleit voor een meer loyale invulling van het universele recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM), dat als internationale mensenrechtenstandaard integraal en zonder onderscheid aan iedereen moet worden toegekend. Alleen door een correcte en loyale invulling van het recht op een eerlijk proces en van de Salduz-rechtspraak, kan de rechtszekerheid, de ordehandhaving en de rechten van de benadeelde worden gewaarborgd.

Deel dit artikel

   

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.