Nee, het politiegeweld tegen Jonathan is geen uitglijder

04 maart 2013

       

Tegenwoordig concludeert men soms al te snel dat het met het politiegeweld nogal meevalt. Dat er politiegeweld is, ach ja, het zal wel, maar het is van alle tijden en bovendien zijn de slachtoffers zelf ook geen lieverdjes. Het geweld tegen de politie, dat is pas het echte probleem, zo luidt het. Voor schrijnende gevallen gebruikt men doorgaans het codewoord ’uitglijders’. De verantwoordelijke van het BBT-team, dat Jonathan doodde, mijdt zelfs deze term. ‘Tsja, wij volgden nu eenmaal de normale procedure’, zei hij. Dat wil zeggen: ik kan er ook niets aan doen. Vervelend misschien, maar ja, die dingen gebeuren.

Een onderschat verschijnsel

Tot in de jaren tachtig heerst nog een gespierde politiecultuur, waarin politiemensen die ‘doorpakken’ niet meteen als ‘cowboys’ worden gebrandmerkt. Menige betoger of arrestant heeft het aan den lijve ondervonden. Nadien vindt gelukkig een omslag plaats naar een meer gemeenschapsgerichte politie, waarbij agenten ook in sociale en communicatieve vaardigheden worden getraind. Er komt een Deontologisch Code en een Wet op het Politieambt (WPA), die bepalen dat politiegeweld alleen kan bij ‘absolute noodzaak’ en als ‘ultiem middel’. Het geweld moet bovendien ‘redelijk’ en ‘evenredig’ zijn. Sterker, volgens artikel 1 WPA dient de politie zich onvoorwaardelijk voor het behoud van onze democratische rechten in te zetten.

Wie zou denken dat sindsdien het probleem van de baan is, komt bedrogen uit. Globale cijfers en statistieken ontbreken omdat vele slachtoffers geen aangifte doen bij politie, parket of Comité P. Het Comité P kreeg in 2010 174 klachten over politiegeweld. Advocaten weten dat mishandelingen bij arrestaties geen uitzondering zijn. Als zij een politiebureau betreden, ontmoeten zij weleens een verdachte met blauwe ogen of blauwe plekken en zelfs met een gebroken neus of kaak. Vooral de burger met een iets donkerder huid heeft soms pech. Maar ook de doorsnee Vlaming, die bijvoorbeeld te diep in het glas kijkt, weet dat hij moet oppassen. In plaats van de-escalerende maatregelen stapt de politie meermaals direct over op een agressieve tactiek bij vechtpartijen of caféruzies. Hierbij spelen persoonlijke frustraties, wraakgevoelens of gezichtsverlies geregeld een doorslaggevende rol. Misplaatst machogedrag komt dan weer vaak voor bij bijzondere arrestatieteams of bij de zogenaamde oproerpolitie.

Soms is er zelfs sprake van puur ‘zinloos geweld’. Simon M. slentert begin januari naar huis. Acht agenten – van wie enkele met een dienstwapen – manen hem aan: Liggen of we schieten!’ Simon wordt geschopt en gefouilleerd waarna hij mag ‘beschikken’. Hij rept zich naar het politiekantoor om klacht in te dienen: ‘Kom maandag maar terug’, zegt men.

Gedoogpolitiek

Er moet dringend een einde komen aan het gedoogbeleid van parket en gerecht omdat dit de geloofwaardigheid van de rechtstaat aantast. Politiegeweld wordt eerder zelden vervolgd. Een onbekend aantal zaken wordt geseponeerd bij gebrek aan bewijs. In andere gevallen beslist de Raadkamer tot een buitenvervolgingstelling. Slechts een handvol agenten moet daadwerkelijk voor de strafrechtbank verschijnen, waar ze vaak een vrijspraak of een opschorting (geen strafblad) krijgen. In 2011 stonden 41 politiemensen terecht. 8 werden buitenvervolging gesteld, 11 vrijgesproken, 14 kregen een opschorting, 1 een schuldigverklaring, 5 een straf met uitstel en 2 een gevangenisstraf. Een blinde kan zien dat de rechters vaak opvallend mild straffen, terwijl een politieman nochtans een voorbeeldfunctie bij uitstek heeft.

Vaak oordelen de rechters dat de slachtoffers onvoldoende aantonen dat er sprake is van ‘onevenredig’ geweld. Ze leggen de lat hoog. W.D.L. kon aan de rechtbank videobeelden van een onbehouwen kloppartij voorleggen, maar de rechtbank sprak de agenten vrij: ‘De politie was kennelijk van plan om op W.D.L. de zogenaamde tactiek van de zachte wurging toe te passen, dit wil zeggen het bemoeilijken van de ademhaling om hem op die manier in bedwang te houden. Op de videobeelden is de oproep ‘pak zijn keel’ of ‘nijp zijn keel toe’ te horen, maar de videobeelden tonen duidelijk aan dat W.D.L. de hele tijd bleef roepen, zodat hij blijkbaar steeds heeft kunnen ademen.’

België werd in 2009 en 2011 veroordeeld door het Europees Hof in twee geruchtmakende zaken van politiegeweld. Dat is niet niks. Zo uitte het Hof in de zaak Turan Cakir ongemeen scherpe kritiek op het Belgische justitiële onderzoek dat zodanig tekort schoot dat het een schending van artikel 3 van het Europees Verdrag opleverde. Het Europees Hof heeft duidelijk piketpalen geslagen: onafhankelijkheid van het onderzoek en correcte informatie aan de nabestaanden.

De zaak Jonathan bewijst dat België nog steeds over deze piketpalen struikelt. 

Reageer

Reacties worden gemodereerd. Onaanvaardbare inhoud wordt niet gepubliceerd.

Nieuwsbrief

Lees hier onze laatste nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle interessante mensenrechtenweetjes.
Schrijf je in en ontvang de nieuwsbrief viermaal per jaar gratis in je mailbox.